** 1. .** Het inkomen van een zelfstandige wordt afwijkend bepaald:
Het inkomen wordt bepaald aan de hand van het bruto-inkomen als bedoeld in artikel 1, onder f, van het Bbz 2004, van het boekjaar voorafgaande aan het jaar waarin de aanvraag wordt gedaan, hierna te noemen jaar -1.
Als het bruto-inkomen over het jaar -1 niet kan worden bepaald, wordt het inkomen uit eigen bedrijf of zelfstandig beroep bepaald aan de hand van een kolommenbalans of de meest recente aangifte omzetbelasting.
In bijzondere situaties kan van de periode van jaar-1 worden afgeweken. Hiervan is in ieder geval sprake als de periode tussen de aanvraag bijzondere bijstand en jaar-1 langer is dan 9 maanden.
** 2. .** Het bruto-inkomen bedoeld in het eerste lid wordt verminderd met het netteringspercentage van betreffend jaar.
** 3. .** Overige bruto-inkomsten die niet zijn onderworpen aan voorheffing loonbelasting worden verminderd met het ten tijde van de aanvraag geldende netteringspercentage.
** 4. .** Inkomsten anders dan in het tweede of derde lid benoemd worden vastgesteld volgens artikel 4.
** 5. .** De zelfstandige die een uitkering voor algemene bestaanskosten (levensonderhoud) op grond van het Bbz 2004 ontvangt, heeft geen in aanmerking te nemen draagkracht.
** 6. .** De zelfstandige zoals bedoeld in het vijfde lid, met vermogen boven de vermogensgrens zoals is opgenomen in artikel 3 van het Bbz 2004, heeft geen recht op bijzondere bijstand.
Hoofdstuk 1
Artikel 5
Inkomen zelfstandige
Onderdeel van Beleidsregel bijzondere bijstand gemeente Hoogeveen