** 1. .** Het college rekent niet tot de draagkracht het inkomen als bedoeld in artikel 4, eerste lid, tot en met 120% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm exclusief vakantiegeld. Het deel van het inkomen dat meer bedraagt dan 120% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm exclusief vakantiegeld, wordt het meerinkomen genoemd.
** 2. .** Het college rekent niet tot de draagkracht het inkomen als bedoeld in artikel 4, tweede lid, tot en met 120% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm. Het deel van het inkomen dat meer bedraagt dan 120% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm inclusief vakantiegeld, wordt het meerinkomen genoemd.
** 3. .** In afwijking van het eerste en het tweede lid wordt uitgegaan van 100% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm voor de onderstaande kosten:
duurzame gebruiksgoederen;
griffiekosten die samenhangen met onderdeel d;
inrichtingskosten statushouders;
kosten bewind, curatele en mentorschap;
verhuis- en/of inrichtingskosten;
woonkostentoeslag.
** 4. .** Twintig procent van het meerinkomen wordt als draagkracht in aanmerking genomen.
** 5. .** In afwijking van het derde lid wordt bij woonkostentoeslag 100% van het meerinkomen in aanmerking genomen voor draagkracht.
** 6. .** Indien de vastgestelde draagkracht niet meer dan € 25,00 per jaar bedraagt, past het college deze draagkracht niet toe.
** 7. .** Het vermogen boven de in artikel 34, derde lid, van de wet genoemde grens neemt het college volledig in aanmerking voor de draagkracht.
**8. .** In afwijking van het zevende lid wordt niet tot het vermogen gerekend:
afkoopwaarde uitvaartverzekeringen;
het vermogen gebonden in een door hem zelf of zijn gezin bewoonde woning met bijbehorend erf waarvan hij eigenaar is;
bezittingen in natura die naar hun aard en waarde algemeen gebruikelijk zijn dan wel, gelet op de omstandigheden van persoon en gezin, noodzakelijk zijn.
** 9. .** Het college acht geen draagkracht aanwezig in het inkomen:
Bij beslaglegging, wanneer over een inkomen wordt beschikt niet hoger dan de beslagvrije voet;
Bij een WSNP, wanneer over een inkomen wordt beschikt niet hoger dan het vrij te laten bedrag;
Bij een minnelijke schuldregeling waarbij het vrij te laten bedrag is vastgesteld, overeenkomstig het Vtlb-rapport van de Werkgroep Rekenmethode vtlb van Recofa.
** 10. .** In afwijking van het negende lid acht het college wel draagkracht aanwezig indien sprake is van kostendelende medebewoners. Over het verschil tussen de beslagvrije voet of het vrij te laten bedrag en de van toepassing zijnde kostendelersnorm, berekent het college dan de draagkracht.