Naar hoofdinhoud

Artikel 8.

Hoogte van de subsidie en indexering

Onderdeel van Subsidieregeling Jeugdbescherming en jeugdreclassering regio Midden-Limburg 2026

1.. De hoogte van de subsidie wordt bepaald naar rato van de werkelijke uitvoeringsduur, door het in bijlage 1 vastgestelde tarief per activiteit (p) te vermenigvuldigen met het aantal geleverde eenheden (q). 2.. De in bijlage 1 genoemde tarieven zijn landelijke tarieven, uitgedrukt in het prijspeil van het kalenderjaar 2026. 3.. De in het eerste lid bedoelde tarieven worden jaarlijks geïndexeerd. De indexering bestaat voor 90% uit de OVA-index voor personele kosten en voor 10% uit de PPC-index voor materiële kosten. 4.. Er vindt een voorlopige én een definitieve indexering plaats. Het tarief voor het betreffende subsidiejaar (=t) wordt gebaseerd op de voorlopige indexering voor dat jaar; het effect van de definitieve indexering van jaar t wordt verwerkt in het tarief van t+1. 5.. Pupilkosten worden aangemerkt als subsidiabele kosten, voor zover deze voldoen aan de kaders als bedoeld in Bijlage 2, zijnde de ‘Inhoudelijke lumpsumregeling bijzondere kosten Limburg 2026’ – Jeugdbescherming.

Rechtspraak bij dit artikel