Naar hoofdinhoud

Artikel 6

Criteria voor toekenning van een individuele voorziening

Onderdeel van Verordening jeugdhulp Midden-Delfland 2026

Algemene criteria 1.. Een jeugdige en/of zijn ouders kunnen slechts in aanmerking komen voor een door het college verleende individuele voorziening als het college van oordeel is dat: De jeugdige en/of zijn ouders jeugdhulp nodig hebben in verband met opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen van de jeugdige, tenzij de jeugdige naar het oordeel van het college gezond en veilig kan opgroeien naar zelfstandigheid, voldoende zelfredzaam is en voldoende kan participeren en; Voor zover de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen ontoereikend zijn, en; Gebruikmaken van een algemene voorziening de noodzaak niet kan verminderen of wegnemen, en; De jeugdige en/of zijn ouders geen aanspraak kunnen maken op een andere voorziening om de ondersteuningsvraag te beantwoorden. 2.. Als een individuele voorziening noodzakelijk is, verstrekt het college in het kader van doelmatigheid de goedkoopst adequate tijdig beschikbare voorziening. Daarbij houdt het college rekening met de prijs, kwaliteit, nabijheid en beschikbaarheid. Als jeugdige of ouders zelf kiezen voor een duurdere, maar ook passende voorziening, komen de meerkosten voor hun eigen rekening. 3.. Een individuele voorziening jeugdhulp wordt toegekend als de inzet van de voorziening doeltreffend geacht kan worden. De doeltreffendheid beoordeelt het college door vast te stellen of de individuele voorziening of interventie wezenlijk bijdraagt aan het oplossen van de hulpvraag en wordt gewerkt met een bewezen effectieve interventie en nooit met een bewezen niet effectieve interventie. Het college kan hiervoor gebruik maken van de NJI Databank Effectieve jeugdinterventies, Richtlijnen Jeugdhulp en GGZ standaarden. 4.. Het college kan in nadere regels vaststellen welke voorzieningen aantoonbaar niet effectief zijn. 5.. In situaties waarbij ouders begeleiding, behandeling of ondersteuning ten gevolge van maatschappelijke of eigen psychische of relationele problemen nodig hebben en er naar het oordeel van het college geen sprake is van een hulpvraag als bedoeld in deze verordening, komt een jeugdige of ouder niet in aanmerking voor een door het college te verlenen individuele voorziening als bedoeld in deze verordening. 6.. Kosten voor jeugdhulp die zijn gemaakt voorafgaand aan een melding of aanvraag worden niet vergoed door het college., tenzij sprake is van een spoedeisende situatie én het college hiervoor achteraf toestemming geeft. Het sociaal team bepaalt of sprake is van een spoedeisende situatie.

Rechtspraak bij dit artikel