Naar hoofdinhoud

Artikel 9.3

Rechtmatigheid en doelmatigheid

Onderdeel van Verordening jeugdhulp Midden-Delfland 2026

1.. Het college treft de nodige maatrelen om de doelmatigheid en rechtmatigheid van de verstrekte maatwerkvoorzieningen en pgb’s te waarborgen en fraude te voorkomen. Tot deze maatregelen behoren in ieder geval: Het college zoekt waar mogelijk samenwerking met organisaties die zich ook bezighouden met het tegengaan van oneigenlijk gebruik en fraude op het terrein van de zorg of aanverwante terreinen; Het college verricht zo nodig, al dan niet met tussenkomst van derden, onderzoek bij aanbieders die een subsidie- of contractrelatie met het college van Midden-Delfland onderhouden; Het college maakt afspraken met aanbieders van voorzieningen over de facturatie, resultaatsturing en accountantscontroles, zodat declaraties en uitbetalingen in overeenstemming zijn met de contractuele afspraken, de leveringsopdracht, de prestatieafspraken en de feitelijk geleverde prestaties; Het college beperkt waar nodig de looptijd van de indicaties en voert periodiek controles uit bij indicaties; Het college bezoekt cliënten en locaties, waarbij door middel van een schouw een feitelijk onderzoek gedaan wordt naar de ervaringen met en de uitvoering van de geboden ondersteuning; Het college monitort het gebruik van het pgb en de behaalde resultaten in relatie tot de gestelde doelen; Het college voert een grondige toets aan de voorkant uit bij de verstrekking van een pgb op: De regiemogelijkheden van de cliënt of degene die de cliënt als vertegenwoordiger wenst in te schakelen; De kwaliteit van de invulling van het door de cliënt te overleggen pgb-plan, mede met het oog op de te bereiken resultaten; De kwaliteit van de door de cliënt in te schakelen hulpverlener.

Rechtspraak bij dit artikel