**1..** Het College is inhoudelijk verantwoordelijk en kan twee keer per jaar toetsen of:
de budgethouder alle verplichtingen nakomt;
de geboden zorg doelmatig en doeltreffend is.
**2..** Het college verstrekt slechts een voorziening indien deze doeltreffend en doelmatig is.
Een voorziening is doeltreffend indien deze aantoonbaar bijdraagt aan het bereiken van het beoogde doel van de ondersteuning.
Een voorziening is doelmatig als de aard, omvang en duur van de inzet in redelijke verhouding staan tot het resultaat dat bereikt moet worden of is bereikt.
Bij de beoordeling van de doeltreffendheid en doelmatigheid betrekt het college ten minste:
de concreet vastgestelde doelen van de ondersteuning;
de zichtbare voortgang en resultaten;
de uitkomsten van periodieke evaluaties; en
het perspectief op voortzetting, afschaling of beëindiging van de voorziening.
**3..** Gedurende de looptijd van de zorg vindt monitoring plaats via periodieke gesprekken met de jeugdige en zijn gezin. Bij deze gesprekken kan ook de jeugdhulp aanbieder aanwezig zijn. Deze voortgangsgesprekken zijn afhankelijk van het ontwikkelpotentieel dat verschilt per situatie (is er sprake van ontwikkelingsdoelen of stabiliseringsdoelen).
**4..** Als de aanvrager niet zelf de budgethouder is, is naast de aanvrager ook de budgetbeheerder aanwezig bij de (voortgangs)gesprekken.
**5..** Boeken de jeugdige en diens gezin geen noemenswaardige progressie, dan kan alsnog een interventie plaatsvinden of een omzetting van de beschikking naar ZIN.
**6..** Ook bij signalen van oneigenlijk gebruik van het PGB is nader onderzoek mogelijk en/of volgt een omzetting van de indicatie naar ZIN en een mogelijke terugvordering.
**7..** Het College toetst minimaal 1x per jaar of de professional zich houdt aan de kwaliteitseisen zoals vermeld in artikel 15 van deze Beleidsregels en artikel 17 van de Verordening.
Artikel 9.
TOETSING, VERANTWOORDING EN EVALUATIE
Onderdeel van Nadere regels jeugdhulp gemeente Midden-Delfland 2026