Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 2.2

Hulpvraag

Onderdeel van COLLEGEBESLUIT TOT VASTSTELLING VAN BELEIDSREGELS JEUGDHULP VEENENDAAL

1. Wie kan een hulpvraag kenbaar maken Een inwoner kan zich met een hulpvraag tot het CJG wenden. Dit kan bijvoorbeeld de jeugdige zelf zijn, of diens (stief, adoptie of pleeg)ouders of wettelijk vertegenwoordiger(s). Met uitdrukkelijke toestemming van de jeugdige of diens ouders, kan een zorgverlener deze hulpvraag ook kenbaar maken. Het kenbaar maken van de hulpvraag gebeurt digitaal (via het online formulier). Is een jeugdige of diens ouders reeds bekend bij de gemeente in het kader van jeugdhulp, dan kan een nieuwe hulpvraag ook telefonisch of via e-mail kenbaar gemaakt worden. 2. Het gesprek met CJG Tijdens het eerste contact (gesprek met CJG op grond van artikel 3.1.4, derde lid, van de verordening), wordt de hulpvraag en globale situatie van het gezin geïnventariseerd. Op basis van dit contact wordt beoordeeld of de hulpvraag direct beantwoord kan worden, of kan worden ondervangen met hulp uit het sociale netwerk of een algemeen toegankelijke (zoals omschreven in artikel 3.1.2, eerste lid, van de verordening) of overige voorziening. Het CJG ondersteunt in deze gevallen bij de toeleiding naar de passende algemeen toegankelijke voorziening of kan zelf laagdrempelige ondersteuning bieden als zijnde een algemeen toegankelijke voorziening. Indien uit de gesprekken blijkt dat de hulpvraag niet direct beantwoord of opgelost kan worden door middel van praktische tips, een algemeen toegankelijke of overige voorziening, dan kan een aanvraag worden ingediend middels het aanvraagformulier als bedoeld in de nadere regels jeugdhulp 2026. 3. Directe aanvraag zonder gesprek bij het CJG Op grond van artikel 3.1.4, vijfde lid, van de verordening, kan in afwijking van artikel 3.1.4, tweede lid een aanvraag zonder voorafgaand gesprek met het CJG bij het college worden ingediend als er sprake is van een veiligheidsrisico, overige dringende redenen of bij uitzondering wanneer het een aanvraag betreft tot verlenging of herindicatie van een reeds toegekende voorziening. Indien nodig kan het CJG in dergelijke gevallen alsnog een gesprek organiseren om de hulpvraag te verhelderen of aanvullende noodzakelijke informatie te verkrijgen. Veiligheidsrisico’s Van veiligheidsrisico’s is sprake in situaties waar de veiligheid van de jeugdige maakt dat een gesprek met het CJG niet afgewacht kan worden. Er kan direct een aanvraag ingediend worden teneinde een onderzoek op te starten. Overige dringende redenen Van overige dringende redenen is sprake in gevallen waar het gesprek als bedoeld in artikel 3.1.4, tweede lid, van de verordening, niet kan worden afgewacht. Verlenging of herindicatie Wanneer het een aanvraag betreft tot een verlenging of herindicatie vindt altijd een herbeoordeling van de situatie plaats. Van het indienen van een aanvraag zonder voorafgaand gesprek met het CJG in geval van een aanvraag tot een verlenging of herindicatie, kan alleen sprake zijn indien de hulpvraag reeds bekend is en de omstandigheden niet wezenlijk zijn veranderd. 4. Spoedeisende situaties Soms kan een jeugdige of diens ouders niet wachten op een onderzoek. De jeugdwet biedt de gemeente in deze gevallen de mogelijkheid om direct een individuele voorziening te treffen. In deze gevallen wordt het besluit hiertoe achteraf, maar uiterlijk binnen vier weken, vastgelegd in een beschikking (artikel 3.1.4, achtste lid, verordening). Er is sprake van een spoedeisende situatie als, naar het oordeel van het CJG, binnen 24 tot 48 uur een voorziening dient te worden ingezet vanwege ernstige opgroei- en opvoedingsproblemen. In dergelijke situaties wordt zo spoedig mogelijk een passende tijdelijke voorziening ingezet. Voor het inzetten van spoedhulp is geen aanvraag vereist. Voor het inzetten van de vervolghulp, dus de hulp na de eerste vier weken, kan wel een aanvraag worden ingediend door de jeugdige of diens ouders. De jeugdige of diens ouders ontvangen na afronding van het onderzoek zo nodig een beschikking met betrekking tot de inzet van de spoedhulp en de vervolghulp die wordt ingezet. 5. Het onderzoek, bedoeld in artikel 3.1.5, van de verordening Indien naar aanleiding van de (eerste) gesprekken een aanvraag wordt ingediend, volgt een onderzoek. Dit onderzoek vindt plaats conform het bepaalde in artikel 3.1.5, van de verordening. Zie voor meer toelichting paragraaf 2.4 uit deze beleidsregels. Het onderzoek na indiening van de aanvraag verloopt in alle gevallen conform de stappen als beschreven in artikel 3.1.5, vierde lid, van de verordening en paragraaf 2.4 uit deze beleidsregels. Na afronding van dit onderzoek wordt een onderzoeksverslag opgesteld.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel