Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 3.7

Medewerkingsplicht jeugdige en ouders

Onderdeel van COLLEGEBESLUIT TOT VASTSTELLING VAN BELEIDSREGELS JEUGDHULP VEENENDAAL

1. Doel van de algemene medewerkingsplicht Om een zorgvuldig en deugdelijk besluit te kunnen nemen in het kader van de Jeugdwet, is het noodzakelijk dat de jeugdige en diens ouders meewerken aan het onderzoek. Dit houdt in dat zij de informatie en contactpersonen verstrekken waarvan het CJG redelijkerwijs mag aannemen dat deze nodig is voor het onderzoek, en dat zij meewerken aan gesprekken, huisbezoeken en – indien van toepassing – het opvragen van deskundigenadvies. Onvoldoende medewerking kan gevolgen hebben voor de beoordeling van de hulpvraag. 2. Opvragen informatie bij derden Informatie wordt enkel opgevraagd bij derden indien dit noodzakelijk is voor het beantwoorden van de onderzoeksvragen. Indien informatie wordt opgevraagd bij derden, worden de jeugdige en diens ouders hierover geïnformeerd. Aan de jeugdige en diens ouders wordt uitgelegd waarom er contact wordt opgenomen met de derde, welke informatie wordt opgevraagd en waarom het opvragen van deze informatie noodzakelijk is. Aan de jeugdige of diens ouder wordt toestemming gevraagd voor het opvragen van informatie. Voor het opvragen van informatie bij een school als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 1.1 van de Wet voortgezet onderwijs 2020, artikel 1 van de Wet op de expertisecentra of van een instelling als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs, waar de jeugdige schoolgaand is, is geen toestemming van de jeugdige of diens ouders benodigd, op grond van artikel 2.7 van de Jeugdwet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel