Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5.

Artikel 5.1

Voorwaarden voor een pgb

Onderdeel van COLLEGEBESLUIT TOT VASTSTELLING VAN BELEIDSREGELS JEUGDHULP VEENENDAAL

1. Doel van de pgb voorwaarden Artikel 8.1.1 van de Jeugdwet bepaalt dat de gemeente alleen een pgb mag toekennen als aan bepaalde voorwaarden is voldaan. De voorwaarden voor het toekennen van een pgb zijn cumulatief: aan alle voorwaarden moet worden voldaan. 2. Pgb-vaardigheid De ouders of de door hen aangewezen vertegenwoordiger moet in staat zijn de taken rond het pgb verantwoord uit te voeren. Dit noemen wij pgb-vaardigheid. Het CJG beoordeelt pgb-vaardigheid in ieder geval op de volgende punten: Overzicht van de zorgvraag; De ouders/vertegenwoordiger overzien de eigen situatie of die van de zorgvrager en hij heeft een duidelijk beeld van de zorgvraag. Kennis van relevante regels en verplichtingen; De ouders/vertegenwoordiger zijn op de hoogte van de regels en verplichtingen die horen bij het pgb of hij weet die zelf bij de betreffende instantie (online) te vinden. Administratieve vaardigheden; De ouders/vertegenwoordiger zijn in staat om een overzichtelijke administratie bij te houden waardoor hij inzicht en overzicht heeft in de besteding van het pgb. Communicatievaardigheden; De ouders/vertegenwoordiger zijn voldoende vaardig om te communiceren met de gemeente, zorgverzekeraar of het zorgkantoor, de SVB en zorgverleners. Het is noodzakelijk dat de client of pgb-vertegenwoordiger in staat is om de informatie over het pgb te begrijpen, contracten en correspondentie te lezen, formulieren in te vullen en te communiceren met betrokken instanties. Zelfstandig kunnen handelen; De ouders/vertegenwoordiger zijn in staat om zelfstandig te handelen en onafhankelijk keuzes te maken, bijvoorbeeld bij het kiezen en aansturen van een zorgverlener. Afspraken kunnen maken en overzien; De ouders/vertegenwoordiger zijn in staat om afspraken te maken en vast te leggen en om dit te verantwoorden aan het CJG. Beoordelen van de geboden ondersteuning; De ouders/vertegenwoordiger zijn in staat te beoordelen en beargumenteren of de geleverde zorg passend en kwalitatief goed is en of de zorg doelmatig is om de gestelde doelen te bereiken. Coördinerende vaardigheden; De ouders/vertegenwoordiger zijn in staat de inzet van zorgverleners te coördineren waardoor de zorg ook door kan gaan tijdens verlof of ziekte. Aansturen van zorgverleners; De ouders/vertegenwoordiger zijn in staat om als werkgever of opdrachtgever de zorgverleners aan te sturen en aan te spreken op hun functioneren. Kennis over het werkgeverschap. De ouders/vertegenwoordiger beschikken over voldoende (juridische) kennis over het werk- of opdrachtgeverschap, of weet deze kennis te vinden en kan die zich eigen maken. Deze punten zijn gebaseerd op de Handreiking voor toetsing op (minimale) pgb-vaardigheid van het ministerie van Volksgezondheid Welzijn en Sport. De beoordeling vindt plaats in samenhang. Het is niet vereist dat op ieder afzonderlijk onderdeel volledig wordt voldaan, zolang het totaalbeeld maakt dat het pgb op een verantwoorde wijze kan worden beheerd. Als de ouders zelf niet pgb-vaardig zijn, kan een vertegenwoordiger het pgb beheren, mits deze voldoende pgb-vaardig is om de taken op verantwoorde wijze uit te voeren. Het CJG beoordeelt de pgb-vaardigheid van de vertegenwoordiger op dezelfde wijze als die van de ouders. 3. Afwijken van scheiding tussen pgb-beheer en zorgverlening Het college kan, in afwijking van het uitgangspunt dat de ouder die als zorgverlener optreedt niet tevens het pgb beheert, besluiten hiervan af te wijken indien wordt voldaan aan de voorwaarden zoals opgenomen in artikel 3.1.12, zevende lid, van de verordening. Het CJG beoordeelt in dat kader: het belang van de jeugdige: de combinatie van zorgverlening en beheer staat niet in de weg aan het bieden van passende en stabiele hulp; de borging van kwaliteit: of voldoende gewaarborgd is dat de zorg doelmatig, veilig en van voldoende kwaliteit wordt geleverd; het ontbreken van een reëel alternatief: of er geen andere geschikte vertegenwoordiger of zorgverlener beschikbaar is die deze rollen kan scheiden. 4. Kwaliteitseisen SKJ- en BIG-registratie Of een zorgverlener moet beschikken over een registratie in het Stichting Kwaliteitsregister Jeugd (SKJ) dan wel een registratie op grond van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (BIG), wordt bepaald door de aard, complexiteit en risico’s van de geïndiceerde jeugdhulp en de daarbij behorende jeugdhulpvoorziening. Een registratie-eis volgt dus uit de inhoud van de hulp en niet uit de persoon van de zorgverlener. Indien bij de toekenning van een voorziening is bepaald dat ondersteunende betrokkenheid van een SKJ- of BIG-geregistreerde professional noodzakelijk is, draagt de pgb-zorgverlener er zorg voor dat deze betrokkenheid aantoonbaar is georganiseerd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel