Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6 › Paragraaf

Artikel 6:4:1:1

Artikel 6:4:1:1

Onderdeel van CAR/UWO

1. In aanvulling op het bepaalde in artikel 6:4, tweede lid van de CAR kan het college in de volgende gevallen buitenwoon verlof met behoud van bezoldiging verlenen; a. de dag dat het huwelijk of geregistreerd partnerschap van de ambtenaar wordt voltrokken, b. de dag dat de partner van de ambtenaar bevalt, c. indien de huisgenoot van de ambtenaar overlijdt dan wel een bloed- of aanverwant in de rechte lijn en in de tweede graad van de zijlijn, d. indien de ambtenaar zorg dient te verlenen bij terminale ziekte van bloed- of aanverwanten in de rechte lijn en in de tweede graad van de zijlijn. Deze opsomming is niet limitatief. 2. Voorts heeft de ambtenaar recht op kort verzuimverlof met behoud van bezoldiging indien hij zijn arbeid niet kan verrichten wegens; a. een door de wet of overheid, zonder geldelijke vergoeding, opgelegde verplichting, waarvan de invulling niet in de vrije tijd kan geschieden, b. de uitoefening van het actief kiesrecht. 3. De ambtenaar heeft recht op twee dagen verlof na de bevalling van de partner of degene van wie hij het kind erkent. Dit verlof wordt opgenomen binnen vier weken vanaf de eerste dag dat het kind op hetzelfde adres als de moeder woont. De ambtenaar vraagt dit verlof, indien mogelijk, 24 uur van tevoren aan.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel