Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk II.

Artikel 3

Kadernota

Onderdeel van Financiële beheersverordening 2025

1.. In het voorjaar legt het College van Burgemeester en Wethouders de kadernota voor het eerstvolgende begrotingsjaar ter vaststelling voor aan de raad. 2.. De kadernota bevat de uitgangspunten zoals te hanteren bij het opstellen van de nieuwe begroting inbegrepen de omvang van de post (structureel) onvoorzien. 3.. De kadernota bevat naast de uitgangspunten voor de nieuwe begroting een prognose van de meerjarensaldi en de algemene reservepositie op basis van de dan bekende (autonome) financiële ontwikkelingen. 4.. De kadernota bevat een overzicht (beleidsalternatievenplan) van mogelijke ruimtevragende en ruimtecreërende (beleids)alternatieven en de majeure risico’s inbegrepen een voorstel van de in de begroting te borgen alternatieven. 5.. De raad voert het debat over de kadernota en de opgenomen alternatieven in het zogeheten richtingendebat. 6.. De resultaten van het richtingendebat worden geborgd in de besluitvorming over de kadernota. 7.. De raad kan bij de kadernota besluiten voor welke onderwerpen evt. op te nemen in een extra paragraaf hij aanvullende kaders wenst te stellen in de begroting en wenst te worden geïnformeerd over de voortgang in de bestuursrapportages en jaarverslag. 8.. In het geval van (reguliere) gemeenteraadsverkiezingen in het voorjaar vindt afstemming plaats met het seniorenconvent.

Rechtspraak bij dit artikel