De hoogte van de subsidie voor het bieden van extra ondersteuning op VE-peutergroepen als bedoeld in artikel 6 onder 5, wordt als volgt berekend:
De subsidie wordt verstrekt op basis van de inzet van een extra pedagogisch professional voor 8 uur per week per stamgroep aan locaties met voorschoolse educatie met meer dan 50% VE-peuters.
De houder kan voor locaties met gemiddeld meer dan 50% doelgroeppeuters een beroep doen op een extra subsidie. Dit percentage betreft de verhouding op basis van unieke kinderen met en zonder VVE-indicatie in de peilmaand juni voorafgaand aan het subsidiejaar. De inzet van deze aanvullende middelen komt ten goede aan de kwaliteit van het aanbod van voorschoolse educatie op deze locatie en kan door de houder naar eigen inzicht in worden gezet. Deze subsidie is gebaseerd op kosten per jaar voor de inzet van acht extra uren per week voor een pedagogisch medewerker en is voor 2026 vastgesteld op €13.990,40 per locatie per jaar.
Dit wordt geverifieerd via de Peutermonitor. Voor het subsidiejaar 2026 wordt dit vastgesteld aan de hand van het gemiddeld aantal kinderen over het jaar 2025.
Als er op een locatie meerdere stamgroepen zijn, waarbij meerdere stamgroepen aan de 50 procentnorm voldoen, mag voor meerdere groepen aanvullende subsidie worden aangevraagd. Voorwaarde is dat de houder binnen dezelfde locatie zorgt dat de geïndiceerde kinderen zo goed als mogelijk verdeeld worden over de verschillende VVE-groepen. Plusgroepen worden hiervan uitgesloten.
Artikel 12.
Hoogte van de subsidie voor zware doelgroeplocaties
Onderdeel van Subsidieregeling Voorschoolse Educatie en Peuteropvang gemeente Vijfheerenlanden 2026