Naar hoofdinhoud
1.. Het college stelt een subsidie vast binnen zes maanden na de ontvangst van een aanvraag tot subsidievaststelling. 2.. Als een aanvraag tot subsidievaststelling niet voor het tijdstip, bedoeld in artikel 20 lid 2 is ingediend, kan het college de houder schriftelijk een nieuwe termijn stellen. Als de aanvraag niet binnen deze termijn wordt ingediend, kan het college overgaan tot ambtshalve vaststelling. 3.. Het college vordert onverschuldigd betaalde subsidie terug. 4.. Periodiek kan een controle uitgevoerd worden door de gemeente, waarbij de volgende gegevens gecontroleerd worden: een gedagtekende overeenkomst tussen de houder en de ouder(s)/verzorger(s) van het kind; het in de overeenkomst opgenomen aantal uren peuteropvang en voorschoolse educatie; een ondertekende ouderverklaring van ouder(s)/verzorger(s) die aangeven geen recht te hebben op kinderopvangtoeslag en een inkomensverklaring van de Belastingdienst inclusief de berekening van de ouderbijdrage, en een indicatieformulier van het consultatiebureau van peuters met een VVE-indicatie.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel