De vergoeding per kind bedraagt het aantal af te nemen uren peuteropvang vermenigvuldigd met het uurtarief dat de kinderopvang hanteert, zijnde maximaal de uurprijs voor dagopvang zoals vastgesteld door het rijk (, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder a, van het Besluit kinderopvangtoeslag) en heeft uitsluitend betrekking op de kosten die resteren na aftrek van de ouderbijdrage volgens de VNG tabel. Het landelijk tarief voor de kinderopvang wordt jaarlijks geïndexeerd door het ministerie.
De subsidie voor peuteropvang (artikel 2 lid 1) wordt verleend voor maximaal 320 uur per jaar voor peuters vanaf 2 jaar oud.
Voor de vergoeding voor uren VVE, geldt dat er geen inkomensafhankelijke ouderbijdrage betaald hoeft te worden door de ouders. De extra uren VVE worden volledig vergoed door de gemeente volgens dezelfde rekenformule als in lid 4.1.
De subsidie VVE uren wordt verleend voor maximaal 320 uur per jaar voor peuters vanaf 2,5 jaar oud. Bovenop de 320 uur peuteropvang.
De vergoeding wordt verleend voor het tijdvak van een kalenderjaar.
De subsidie gaat in op de eerste of de vijftiende van de maand waarin de peuter een peuteropvangplaats bezet.
De vergoeding eindigt met ingang van de datum waarop de peuter om welke reden dan ook de peuteropvang verlaat.
Indien er een geschil ontstaat tussen de ouders en de kinderopvang organisatie over vastgestelde ouderbijdrage, kan (kunnen) de ouder(s) zich wenden tot de gemeente.
Artikel 4.
Omvang en looptijd vergoeding
Onderdeel van Subsidieregeling peuteropvang en uren VVE Eemsdelta 2021