**1..** De subsidie heeft uitsluitend betrekking op de redelijkerwijs gemaakte kosten die resteren na aftrek van bijdragen van derden en die naar het oordeel van het college direct zijn verbonden met en noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een activiteit als bedoeld in artikelen 3:2, 4:2, 5:2, 6:2 en 7:2.
**2..** Niet voor subsidie in aanmerking komen:
de kosten voor eten en drinken die meer bedragen dan 5% van de subsidiabele kosten, met uitzondering van de activiteit bedoeld in artikel 4:2;
de kosten voor vrijwilligersvergoedingen en de kosten voor de waardering van vrijwilligers die gezamenlijk meer bedragen dan € 25,- per vrijwilliger;
de kosten voor overhead die meer bedragen dan 20% van de kosten van de subsidiabele activiteiten;
de restwaarde van specifiek voor de subsidiabele activiteiten aangeschafte apparatuur;
de btw over de gesubsidieerde kosten voor zover die btw teruggevorderd, verrekend of anderszins in mindering kan worden gebracht;
de kosten die eerder door het college op basis van deze subsidieregeling of anderszins zijn gesubsidieerd; of
de kosten die door de aanvrager zelf zijn gemaakt vóór de indiening van de aanvraag.
Hoofdstuk 1
Artikel 1:4
Kosten die voor subsidie in aanmerking komen
Onderdeel van Subsidieregeling investeringsgebieden Den Haag 2026