Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2.

Artikel 2.

Giften en bijdragen die leiden tot een kostenbesparing

Onderdeel van Beleidsregel rechtmatigheid gemeente Steenbergen

1.. Giften en kostenbesparingen worden niet tot de middelen gerekend voor zover de ontvangen giften en kostenbesparingen per uitkering en per kalenderjaar niet meer bedragen dan het bedrag genoemd in artikel 31 tweede lid, onderdeel m van de wet. Als de uitkering gedurende het kalenderjaar is toegekend, geldt het bedrag genoemd in artikel 31 tweede lid, onderdeel m van de wet voor de periode vanaf toekenning tot en met 31 december. 2.. Of een gift als vermogen of inkomen moet worden aangemerkt is pas van belang op het moment dat het bedrag genoemd in artikel 31 tweede lid, onderdeel m van de wet wordt overschreden. Een gift is in ieder geval verantwoord zolang deze op jaarbasis niet meer is dan het bedrag genoemd in artikel 31 tweede lid, onderdeel m van de wet. Dit betekent niet dat iedere gift boven het bedrag genoemd in artikel 31 tweede lid, onderdeel m van de wet automatisch gekort moet worden. Tot het bedrag genoemd in artikel 31 tweede lid onderdeel m van de wet wordt vrijgelaten, daarboven vindt een maatwerkbeoordeling plaats. 3.. Bij giften hoger dan het bedrag genoemd in artikel 31 tweede lid, onderdeel m van de wet is het karakter van de gift bepalend of de gift als inkomen of als vermogen wordt aangemerkt. Als er sprake is van een gift die als inkomen wordt aangemerkt, dan wordt deze gift in beginsel toegerekend aan de maand van ontvangst en verrekend met de uitkering. Als er sprake is van een gift die tot het vermogen wordt gerekend, wordt het in aanmerking te nemen bedrag op de dag van ontvangst gezien als een vermogensmutatie. 4.. Als er sprake is van een gift in de vorm (duurzame gebruiks)goederen dan wordt deze gift, voor zover deze in aanmerking wordt genomen, aangemerkt als vermogen. De waarde van deze gift wordt vastgesteld aan de hand van de Prijzengids zoals opgesteld door het NIBUD. Als de bijstandsgerechtigde met bewijsstukken aannemelijk kan maken dat de waarde in het vrije economisch verkeer anders is, dan wordt deze waarde gehanteerd. Als de waarde hoger is dan het bedrag genoemd in artikel 31 tweede lid onderdeel m van de wet dan wordt het meerdere opgeteld bij het vermogen. 5.. De waarde van giften in natura wordt indien mogelijk bepaald aan de hand van de Prijzengids zoals opgesteld door het NIBUD. Indien de bijstandsgerechtigde de beschikking heeft over aankoopbewijzen/facturen van de ontvangen giften, kunnen deze ter onderbouwing van de waarde van de ontvangen gift in natura als bewijsmiddel aangevoerd worden en wordt van die waarde uitgegaan. Voor wat betreft de schenking van een motorvoertuig, wordt gehandeld overeenkomstig wat is opgenomen in het uitvoeringsbeleid voertuigen ISD Brabantse Wal. 6.. Bij giften in natura hoger dan het bedrag genoemd in artikel 31 tweede lid, onderdeel m van de wet is het karakter van de gift bepalend of de gift als inkomen of als vermogen wordt aangemerkt. Als er sprake is van een gift die als inkomen wordt aangemerkt, dan wordt deze gift in beginsel toegerekend aan de maand van ontvangst en verrekend met de uitkering. Als er sprake is van een gift die tot het vermogen wordt gerekend, wordt het in aanmerking te nemen bedrag op de dag van ontvangst gezien als een vermogensmutatie.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel