**1..** Het college is in ieder geval van oordeel dat individuele omstandigheden ertoe noodzaken bijstand toe te kennen vanaf een dag gelegen voor de dag waarop een belanghebbende zich heeft gemeld als bedoeld in artikel 44 vijfde lid van de Wet als:
er omstandigheden zijn die rechtvaardigen, dat belanghebbende zich niet eerder heeft gemeld, zoals in een van de volgende situaties het geval kan zijn:
de belanghebbende was niet in staat om bijstand aan te vragen;
een aanvraag voor een passende en toereikende voorliggende voorziening is afgewezen;
de belanghebbende had onvoldoende zicht op de hoogte van zijn inkomen of vermogen, bijvoorbeeld als gevolg van een flexibel arbeidscontract, een echtscheiding, een erfenis of detentie;
de belanghebbende heeft met terugwerkende kracht een verblijfsvergunning gekregen.
er omstandigheden zijn die erop wijzen dat het ernstige gevolgen voor de belanghebbende heeft, als de bijstand niet wordt toegekend voorafgaand aan de melding, zoals in een van de volgende situaties het geval kan zijn:
het voorkomen van crisissituaties, te denken valt aan een huisuitzetting.
De belanghebbende moet aantonen dat hij of zij in de betreffende periode recht op bijstand had én onderbouwen waarom de melding te laat was en waarom dat hem of haar niet kan worden verweten.
Het college kent de bijstand toe vanaf de dag waarop het recht op bijstand is ontstaan. Deze dag ligt maximaal 3 maanden vóór de dag waarop de belanghebbende zich heeft gemeld.
Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op de toekenning van een uitkering, bedoeld in artikel 16a, vierde lid, van de Ioaw.
HOOFDSTUK 5.
Artikel 7
Het verlenen van bijstand met terugwerkende kracht
Onderdeel van Beleidsregel rechtmatigheid gemeente Steenbergen