Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 4.

Artikel 6.

Onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren

Onderdeel van Verordening jeugdhulp gemeente Maasdriel 2026

1.. Als bij het college een aanvraag om een individuele voorziening wordt ingediend, voert het college in samenspraak met de betrokkene zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen acht weken, een onderzoek uit overeenkomstig het tweede tot en met het achtste lid en maakt zo spoedig mogelijk een afspraak voor een gesprek. In overleg met het college kan de betrokkene de aanvraag lopende het onderzoek wijzigen. 2.. Het college wijst voor het onderzoek op de mogelijkheid om gebruik te maken van een vertrouwenspersoon als bedoeld in artikel 2.5 van de wet en van onafhankelijke cliëntondersteuning als bedoeld in artikel 2.2.4 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. 3.. Het college kan in overleg met de betrokkene afzien van een onderzoek als de aanvraag wordt ingetrokken. Dat wordt schriftelijk bevestigd. 4.. Het college onderzoekt wanneer een betrokkene zich meldt met een vraag over jeugdhulp met de betrokkene: wat de hulpvraag van de jeugdige of zijn ouders is en wat die hulpvraag heeft doen ontstaan; de behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren van de jeugdige en zijn ouders, de veiligheid en ontwikkeling van de jeugdige en de gezinssituatie; of sprake is van psychische problemen en stoornissen, psychosociale problemen, gedragsproblemen of een verstandelijke beperking van de jeugdige, opvoedingsproblemen van de ouders of adoptie gerelateerde problemen, en zo ja dan onderzoekt het college achtereenvolgens: Welke problemen of stoornissen dat zijn; Welke hulp naar aard en omvang nodig is voor de jeugdige om, rekening houdend met zijn leeftijd en ontwikkelingsniveau, gezond en veilig op te groeien, te groeien naar zelfstandigheid en voldoende zelfredzaam te zijn en maatschappelijk te participeren; Of en in hoeverre de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de ouders en van het sociale netwerk toereikend zijn om zelf de nodige hulp en ondersteuning te kunnen bieden; en Voor zover de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen ontoereikend zijn, de mogelijkheden om met de inzet van een andere voorziening, algemene voorziening of individuele voorziening te voorzien in de nodige ondersteuning en hulp; het gewenste resultaat van het verzoek om jeugdhulp; hoe bij de bepaling van de aangewezen vorm van jeugdhulp zo goed mogelijk rekening kan worden gehouden met de godsdienstige gezindheid, de levensovertuiging en de culturele achtergrond van de jeugdige en zijn ouders; indien van toepassing, hoe de toekenning van een individuele voorziening zo goed mogelijk kan worden afgestemd op andere voorzieningen op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning, werk en inkomen. 5.. Het college informeert de betrokkene over de gang van zaken bij het onderzoek, hun rechten en plichten en de vervolgprocedure en vraagt hen toestemming om hun persoonsgegevens te verwerken. 6.. Bij het onderzoek wordt ook de jeugdige zoveel mogelijk betrokken en gehoord. 7.. Bij het onderzoek wordt aan de betrokkene medegedeeld welke mogelijkheden er bestaan om te kiezen voor de verstrekking van een pgb. De betrokkene wordt in begrijpelijke bewoordingen ingelicht over de regels, gevolgen en verantwoordelijkheden van een pgb. 8.. Het college kan in de beleidsregels nadere regels vaststellen over de inhoud van het onderzoek en de manier waarop het onderzoek wordt uitgevoerd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel