Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6. › Paragraaf 6.3

Artikel 6.3.1

De vrijwillige financiële bijdrage als basis van het vereveningsfonds

Onderdeel van Nota Ruimte voor het Landschap 2026

Het vereveningsfonds blijft gefundeerd in de regeling van de vrijwillige financiële bijdrage. De gemeente zal dus niet een verplichte financiële bijdrage vragen op grond van de wet, hoewel het Omgevingsbesluit wel uitdrukkelijk het tegengaan van verrommeling van het landschap door het opruimen van agrarische bedrijven noemt als een ontwikkeling waarvoor een verplichte financiële bijdrage gevraagd kan worden. Zoals uitgelegd in hoofdstuk 1, is de bijdrage aan het vereveningsfonds vrijwillig in die zin dat betrokkene zich pas meldt voor RvhL wanneer blijkt dat de VAB regeling tekortschiet voor de bekostiging van het opruimen van zijn bedrijf. Daardoor blijft voor hem alleen RvhL over als alternatief gelet op de beperkingen die de provincie oplegt aan de herontwikkeling van voormalige agrarische bouwpercelen. De agrariër kan er op dat moment voor kiezen om zijn bedrijf niet op te ruimen. Neemt hij daarentegen deel aan RvhL , dan kan hij dat in ieder geval wel doen. Afhankelijk van de mogelijkheid tot ruimtelijke inpassing op zijn erf van compensatiewoningen ontvangt hij voor dat opruimen een bijdrage uit het fonds of levert hij daaraan juist een bijdrage vanuit de opbrengst van die compensatiewoningen. In beide gevallen heeft de agrariër voordeel bij RvhL.

Rechtspraak bij dit artikel