Naar hoofdinhoud
Het college stelt één keer per twee jaar het subsidieplafond vast dat jaarlijks geldt voor de daaropvolgende twee kalenderjaren. Voor zover de programmabegroting voor een van die kalenderjaren nog niet is vastgesteld, wordt het subsidieplafond voor dat jaar vastgesteld onder voorbehoud van vaststelling van de begroting door de gemeenteraad. Na vaststelling van de programmabegroting door de raad stelt het college het subsidieplafond voor dat kalenderjaar definitief vast. Het college kan bij de vaststelling van het subsidieplafond het totale plafond verdelen in een deelplafond voor activiteiten die bijdragen aan het doel, bedoeld in artikel 3 onder a en een deelplafond voor activiteiten die bijdragen aan het doel, bedoeld in artikel 3 onder b. Het college kan het subsidieplafond verlagen conform artikel 5 van de verordening, waarbij de verlaging ook geldt voor reeds ingediende aanvragen. Indien het subsidieplafond niet toereikend is, verdeelt het college het beschikbare budget naar evenredigheid, waarbij het toe te kennen subsidiebedrag wordt verminderd met het percentage waarmee de aanvragen, voor zover deze voor verlening in aanmerking komen, het subsidieplafond overschrijden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel