**1..** Raadsleden die door het centraal stembureau op dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn verklaard, worden bij de aanvang van de zittingsperiode als één fractie beschouwd.
**2..** Als boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert de fractie in de raad deze aanduiding als naam. Als daar geen aanduiding was geplaatst, deelt de fractie in de eerste raadsvergadering aan de voorzitter mee welke naam deze fractie in de raad zal voeren.
**3..** De namen van de fractievoorzitter en diens plaatsvervanger worden zo spoedig mogelijk doorgegeven aan de voorzitter en de griffier.
**4..** Als één of meer raadsleden van één of meer fracties als zelfstandige fractie gaan optreden of zich aansluiten bij een andere fractie, wordt hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling gedaan aan de voorzitter.
**5..** Een nieuwe naam van een fractie voldoet aan de eisen uit artikel G 3, vierde lid, van de Kieswet en wordt gebruikt met ingang van de eerstvolgende raadsvergadering na naamswijziging.
Toelichting hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Artikel 1 Begripsbepalingen
In artikel 1 worden een aantal begrippen uit dit reglement van orde gedefinieerd. Deze spreken grotendeels voor zich. Voor wat betreft het begrip ‘voorzitter’ zij nog vermeld dat de burgemeester, conform artikel 9 Gemw voorzitter is van de raad. In artikel 77, eerste lid van de wet is bepaald dat het langstzittende raadslid het raadsvoorzitterschap waarneemt bij verhindering of ontstentenis van de burgemeester. Als twee raadsleden even lang zitting hebben, is de oudste in jaren degene die het raadsvoorzitterschap waarneemt. Daarnaast heeft de raad altijd de mogelijkheid zelf te kiezen voor een andere waarnemer.
Artikel 2 Het presidium en de agendacommissie
Het presidium heeft voornamelijk een algemeen adviserende rol inzake de organisatie en het functioneren van de raad. Hieronder vallen taken als: het initiëren van een aanpassing van het Reglement van orde, het instrueren van de griffier en het bespreken van agenda-technische zaken. Tevens stelt het presidium de vergadercyclus van de raad en de raadscommissies vast.
Het is van belang dat in het presidium elke partij een stem heeft die even zwaar weegt. Op deze wijze wordt de positie van minderheidsfracties in een dualistisch stelsel versterkt. Tevens kan dit de betrokkenheid van alle fracties bij de raadsvergaderingen vergroten. De griffier is bij elke vergadering van het presidium aanwezig (artikel 4, eerste lid), omdat de griffier voor de ondersteuning van de raad zorgt.
De aanwezigheid van de secretaris kan ook gewenst zijn, omdat de secretaris aandacht moet kunnen vragen voor of een toelichting kan geven op onderwerpen die worden voorbereid door de ambtelijke organisatie.
De agendacommissie vervult een belangrijke (coördinerende) rol bij de agendering van zaken in de raadscommissies en de raad. De agendacommissie heeft het overzicht van onderwerpen waar de raad zich mee bezig houdt en zorgt voor de planning. De commissie stelt de agenda's van de raadscommissies en de raad voorlopig vast. De definitieve vaststelling van de agenda van de raadscommissies en de raad geschiedt bij de aanvang van de betreffende vergadering.
Van belang is dat de agendacommissie de vergadercyclus van de gemeenschappelijke regelingen en andere organisaties (stichtingen/vennootschappen) waar de gemeente mogelijk in vertegenwoordigd is, kent. Het kan nodig zijn dat de raad voorafgaand aan een vergadering van het bestuur van de gemeenschappelijke regeling de gemeentelijke vertegenwoordiger informatie of opvattingen wil meegeven. Ook de begrotingscyclus van de gemeenschappelijke regeling is relevant voor de agendacommissie zodat de raad tijdig noodzakelijke informatie kan leveren. Het is aan de agendacommissie om de planning in te vullen maar ook om deze te bewaken.
Ingevolge artikel 17 van de wet vergadert de raad zo vaak hij daartoe heeft besloten en voorts indien de burgemeester het nodig oordeelt of indien ten minste een vijfde van het aantal leden van de raad schriftelijk met opgave van redenen daarom vraagt. De voorzitter pleegt in het bepalen van een andere dag en ander aanvangsuur zoveel mogelijk overleg met de agendacommissie. Op deze wijze houdt de agendacommissie ook bij vergaderingen die niet op het gebruikelijke tijdstip plaatsvinden, invloed op de datum, het tijdstip en de plaats van de vergadering.
Artikel 3 De voorzitter
De burgemeester is voorzitter van de raad. Artikel 125, derde lid, van de Grondwet en artikel 9 van de Gemeentewet schrijven dit dwingend voor. In artikel 77 Gemeentewet is bepaald op welke wijze vervanging van de burgemeester wordt geregeld.
Artikel 4 De griffier
De raad is verplicht een griffier te benoemen (artikelen 100 en 107 Gemw.). De griffier is in eerste instantie verantwoordelijk voor de bijstand aan de raad en is in principe in elke vergadering van de raad aanwezig (eerste lid). De wet eist dat de raad de vervanging van de griffier regelt (artikel 107d, eerste lid, Gemw.). In het tweede lid is daarover een bepaling opgenomen. In verband met artikel 22 Gemw. (verschoningsrecht) is in het derde lid een bepaling opgenomen met betrekking tot het deelnemen van de griffier aan de beraadslaging.
Artikel 5 Onderzoek geloofsbrieven raadsleden
Met de geloofsbrief geeft de voorzitter van het centraal stembureau aan de benoemde kennis van zijn benoeming (artikel V1 Kieswet). De benoemde meldt schriftelijk aan de raad of hij de benoeming aanneemt (artikel V2 Kieswet). Tegelijk met de mededeling dat hij zijn benoeming aanneemt legt hij aan de raad stukken over waaruit blijkt dat de benoemde voldoet aan de eisen om als lid van de raad toegelaten te worden. Dit omvat een ondertekende verklaring met de openbare betrekkingen die hij bekleedt, een uittreksel uit de basisregistratie personen met zijn woonplaats, geboorteplaats en -datum en (indien niet-Nederlander) stukken waaruit blijkt dat hij voldoet aan de vereisten van artikel 10, tweede lid, van de wet (artikel V3 Kieswet). Het onderzoek van de geloofsbrieven en de beslissing over de toelating moeten in een openbare vergadering gebeuren. Bij het onderzoek zal ook de gedragscode (artikel 15, derde lid, Gemw.) betrokken worden. In deze code zijn onder meer bepalingen opgenomen over al dan niet toegestane nevenfuncties. De commissie die de geloofsbrieven onderzoekt brengt verslag uit. Dit kan zowel mondeling als schriftelijk. Ingevolge artikel V4 Kieswet beslist de raad over de toelating van zijn leden. Daarbij is er een verschil in de procedure bij de samenstelling van een nieuwe raad of bij de vervulling van een tussentijdse vacature. Na de raadsverkiezingen beslist de raad in oude samenstelling in zijn laatste vergadering over de toelating van de nieuw gekozen leden. Met ingang van 00:00 uur de volgende dag treedt de nieuwe raad aan (artikel 18 Gemw. en artikel C4, tweede lid, Kieswet).
Eerste en tweede lid
De formulering van het eerste lid benadrukt dat de raad en niet de voorzitter een commissie instelt, die het zogenaamde geloofsbrievenonderzoek verricht nadat de voorzitter van het centraal stembureau nieuwe leden heeft benoemd.
Derde lid
Het onderzoek van het proces-verbaal (onderzoek naar het verloop van de verkiezing of de vaststelling van de uitslag) gebeurt door de oude raad vlak voor de eerste samenkomst van de nieuwe raad na de gemeenteraadsverkiezingen. Het derde lid ziet op de specifieke taak die de raad heeft na de raadsverkiezingen. De commissie voor het geloofsbrievenonderzoek heeft dan een extra taak, zij adviseert de raad ook over het verloop van de verkiezingen (of dit op wettige wijze is gebeurd) en het vaststellen van de uitslag (of deze juist is vastgesteld). Zij doet dit op basis van het proces-verbaal van het centraal stembureau. De raad dient op basis van dit advies een besluit te nemen over het verloop van de verkiezingen en de vaststelling van de uitslag. Dit besluit is van belang omdat de raad de bevoegdheid heeft om te besluiten tot het hertellen van de stemmen en zelfs de bevoegdheid om te besluiten tot een herstemming. Het proces-verbaal vormt de aanleiding tot een besluit tot hertelling of herstemming. Dit dient concrete aanwijzingen te bevatten waarop de raad een dergelijk besluit kan baseren. Op 28-02-2014 heeft de minister van BZK een circulaire uitgebracht waarin ondermeer toegelicht wordt wanneer de raad tot hertelling kan besluiten. Het ligt niet voor de hand dat besloten wordt tot een hertelling waarvan tevoren duidelijk is dat deze niet tot een andere samenstelling in de raad kan leiden. Ook een verschil in zetels tussen de voorlopige uitslag en de definitieve uitslag is geen reden om over te gaan tot hertelling.
Vierde en vijfde lid
Na een raadsverkiezing kunnen de toegelaten raadsleden op de eerste vergadering van de raad in nieuwe samenstelling als bedoeld in artikel 18 Gemw. de eed of verklaring en belofte afleggen. De voorzitter zal hen hiervoor oproepen (vierde lid). Bij tussentijdse vacaturevervulling kan dit aansluitend aan de beslissing van de raad over de toelating van het betrokken raadslid plaatsvinden (vijfde lid). De tekst van de eed of verklaring en belofte is in artikel 14 Gemw. vastgelegd.
Artikel 6 Benoemingsprocedure wethouders
Lid 1
Het ligt voor de hand om voor het benoemen van wethouders ook een commissie voor het onderzoek naar de geloofsbrieven in te stellen.
Lid 2
De formele eisen voor het wethouderschap zijn grotendeels vergelijkbaar met de vereisten voor het raadlidmaatschap (artikelen 36a, 36b, 41b en 41c Gemw.). Bij de benoeming van een wethouder zal er een integriteitstoets plaatsvinden en wordt een verklaring omtrent het gedrag (hierna: VOG) gevraagd. In artikel 6, tweede lid, stond de mogelijkheid om in het kader van het onderzoek door de commissie van de kandidaat-wethouder een verklaring omtrent het gedrag te verlangen. Met de Wet bevorderen integriteit en functioneren decentraal bestuur is een dergelijke verklaring nu verplicht en de betreffende passage derhalve overbodig.
Een raadslid dat benoemd wordt tot wethouder mag raadslid blijven totdat de geloofsbrieven van zijn opvolger zijn goedgekeurd (artikel 36b, tweede lid, Gemw.). De commissie toetst bij aanvang van een nieuwe raadsperiode en bij een tussentijdse benoemingsprocedure de benoembaarheid van elke kandidaat-wethouder.
De kandidaat-wethouder dient de vereiste informatie over te leggen die nodig is om de in lid 4 bedoelde toetsing te kunnen uitvoeren. Deze informatie komt in elk geval voort uit de toetsingscriteria. Bij de aan te leveren stukken behoren in elk geval:
cv;
kopie paspoort;
verklaring omtrent het gedrag;
BKR-verklaring;
overzicht van inschrijvingen van de kandidaat bij de Kamer van Koophandel
overzicht van relevante financiële belangen
overzicht van (neven)functies, lidmaatschappen van verenigingen etc.;.
De kandidaat-wethouder wordt geacht alle in dit verband relevante overige informatie eigener beweging eveneens aan de commissie te verstrekken. De kandidaat is zelf verantwoordelijk voor de juistheid en volledigheid van de verstrekte informatie. De commissie kan ook nog mondeling informatie aan de kandidaat vragen en die betrekken bij de toetsing.
Lid 3: betreft het advies dat de commissie aan de raad uitbrengt. Eis aan dat advies is dat het de overwegingen en de daarop gebaseerde conclusies navolgbaar, transparant, weergeeft, als basis voor de openbare beoordeling en besluitvorming door de raad. In het advies wordt aandacht besteed aan eventuele niet-unanimiteit in de commissie.
Lid 4:
In artikel 6, vierde lid, stond dat de risicoanalyse en de eindconclusie van een integriteitsonderzoek niet openbaar zijn. Het is echter zo dat de burgemeester zicht krijgt op de volledige rapportage van de risicoanalyse. De burgemeester brengt verslag uit aan de raad. De raad kan de risicoanalyse en de conclusies als een geheim document ontvangen. Hiervoor dient de burgemeester formeel geheimhouding op te leggen.]
Artikel 7 Fracties
In een aantal gevallen blijkt behoefte te bestaan aan een regeling van wat onder een fractie moet worden verstaan. De Gemeentewet kent een dergelijk begrip niet, maar gaat o.a in artikel 33, tweede lid, wel uit van het bestaan van in de raad vertegenwoordigde groeperingen (recht op fractieondersteuning). Bij de aanvang van de zittingsperiode van een nieuwe raad worden leden die op dezelfde lijst hebben gestaan, als één fractie beschouwd. De fractie gebruikt de aanduiding die zij boven de kandidatenlijst hadden staan. In geval een fractie geen aanduiding boven de kandidatenlijst had staan, deelt deze in de eerste vergadering de aanduiding mee. In de loop van een zittingsperiode kan het voorkomen dat leden (om voor hen moverende redenen) de raad verlaten. Als dit het geval is, deelt de fractie dit aan de voorzitter mede. Het is ook mogelijk dat een raadslid zijn lidmaatschap van de raad niet opzegt, maar uit een fractie stapt. Hij kan dan als zelfstandige fractie verder gaan of zich aansluiten bij een andere fractie. Ook kan een fractie besluiten de naam te veranderen. De raad heeft geen zeggenschap over naamvoering, wijzigingen in samenstelling, fusies en splitsingen van fracties. Een mededeling aan de raad is voldoende.
Hoofdstuk 1.
Artikel 7.
Fracties
Onderdeel van Reglement van orde van de raad van Beekdaelen houdende bepalingen over de vergaderingen en werkzaamheden van de raad 2026