Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 1:9

Wijze van verdeling van subsidie

Onderdeel van Subsidieregeling grootschalige activiteiten samen sociaal en vitaal Den Haag 2026

1.. Het college brengt een rangschikking aan in de aanvragen die in aanmerking komen voor subsidie. 2.. Bij de rangschikking van de aanvragen kent het college punten toe aan de hand van de volgende criteria en tot het daarbij vermelde maximum aantal: de activiteiten hebben impact op de doelgroep van de activiteiten; dit blijkt uit de aard van de problematiek bij de deelnemers, de aard en de duur van de aangeboden activiteiten en het aantal unieke deelnemers dat aan de activiteiten deelneemt: de activiteiten hebben veel impact: 10 punten; de activiteiten hebben een bovengemiddelde impact: 6 punten; de activiteiten hebben een gemiddelde impact: 3 punten; de activiteiten hebben een beperkte of geen impact: 0 punten; de activiteiten zijn gericht op het activeren van de doelgroep van de activiteiten; dit blijkt uit de mate waarin van de deelnemers tijdens de activiteiten een actieve rol wordt gevraagd: de activiteiten zijn bovengemiddeld activerend: 6 punten; de activiteiten zijn gemiddeld activerend: 3 punten; de activiteiten zijn beperkt of niet activerend: 0 punten; de aanvrager werkt vraaggericht en zorgt ervoor dat de activiteiten voldoen aan de behoeften van de deelnemers; dit blijkt uit de mate waarin de behoeften van de doelgroep proactief uitgevraagd worden bij deelnemers en zij worden betrokken bij het vormgeven, uitvoeren en bijstellen van de activiteiten: de aanvrager werkt erg vraaggericht en de activiteiten voldoen bovengemiddeld mate aan de behoeften van de doelgroep: 6 punten; de aanvrager werkt vraaggericht en de activiteiten voldoen gemiddeld aan de behoeften van de doelgroep: 3 punten; de aanvrager werkt beperkt of niet vraaggericht en de activiteiten voldoen beperkt of niet aan de behoeften van de doelgroep: 0 punten; de aanvrager heeft een proactieve wervingsaanpak die aansluit op de doelgroep waarop de activiteiten zijn gericht alsmede op de vrijwilligers die bij de uitvoering betrokken worden; dit blijkt uit de aanpak die de aanvrager gebruikt om de doelgroep en de vrijwilligers op meerdere, langdurige, diverse en proactieve manieren te bereiken en de mate waarin de activiteiten voor de doelgroep van de activiteiten zichtbaar en vindbaar zijn: de wervingsaanpak van de aanvrager is bovengemiddeld proactief: 3 punten; de wervingsaanpak van de aanvrager is gemiddeld proactief: 1 punt; de wervingsaanpak van de aanvrager is beperkt of niet proactief: 0 punten; de aanvrager richt zich op deelnemers uit doelgroepen die lastig te bereiken zijn; dit blijkt uit de wervingsaanpak die de aanvrager gebruikt om die doelgroepen op meerdere, langdurige, diverse en proactieve manieren te bereiken en de mate waarin de activiteiten van de aanvrager op de behoeften van die doelgroepen aansluiten: de aanvrager richt zich bovengemiddeld op deelnemers uit lastig te bereiken doelgroepen: 6 punten; de aanvrager richt zich gemiddeld op deelnemers uit lastig te bereiken doelgroepen: 3 punten; de aanvrager richt zich beperkt of niet op deelnemers uit lastig te bereiken doelgroepen: 0 punten; de aanvrager werkt samen met een relevant netwerk van samenwerkingspartners om het effect van de activiteit op de deelnemers van de activiteit te versterken; dit blijkt uit de contacten van de aanvrager met partners die ook hulp en ondersteuning bieden aan de doelgroep, de mate waarin de onderlinge kennisdeling en doorverwijzing bij die contacten voorop staat en de actieve wijze waarop de aanvrager invulling geeft aan de samenwerking met die contacten: de aanvrager werkt samen met een relevant netwerk en de samenwerking is van meerwaarde voor het effect van de activiteit op de deelnemers: 6 punten; de aanvrager werkt samen met een relevant netwerk en de samenwerking is beperkt van meerwaarde voor het effect van de activiteit op de deelnemers: 3 punten; de aanvrager werkt samen met een beperkt relevant netwerk en de samenwerking is niet van meerwaarde voor het effect van de activiteit op de deelnemers: 0 punten; de aanvrager heeft aantoonbare ervaring met het opzetten en uitvoeren van activiteiten in Den Haag waarvoor subsidie wordt aangevraagd; dit blijkt uit een beschrijving van één of meer soortgelijke activiteiten die de aanvrager in de afgelopen vijf jaar heeft uitgevoerd voor de doelgroep:; de aanvrager heeft aantoonbaar ervaring met het opzetten en uitvoeren van soortgelijke activiteiten: 4 punten; de aanvrager heeft aantoonbaar ervaring met het opzetten en uitvoeren van soortgelijke activiteiten: 0 punten; de aanvrager werkt structureel aan een goed vrijwilligersbeleid; dit blijkt uit het feit dat de aanvrager over het Haags Keurmerk voor Vrijwilligersorganisaties of het Keurmerk van Vrijwillige Inzet Goed Geregeld van de Vereniging Nederlandse Organisaties Vrijwilligerswerk beschikt of de mate waarin de aanvrager een vergelijkbare structuur voor de ondersteuning, ontwikkeling en waardering van vrijwilligers biedt: de aanvrager beschikt over een keurmerk of biedt een vergelijkbare structuur: 6 punten; de aanvrager is concreet bezig het keurmerk te krijgen of een vergelijkbare structuur te bieden: 3 punten; de aanvrager is niet bezig het keurmerk te krijgen of een vergelijkbare structuur te bieden: 0 punten; de aanvrager is beperkt afhankelijk van gemeentelijke subsidie; dit blijkt uit de mate waarin de activiteiten worden gefinancierd vanuit cofinanciering: de cofinanciering bedraagt 50% of meer: 6 punten; de cofinanciering bedraagt tussen de 25 en 50%: 3 punten; de cofinanciering bedraagt 25% of minder: 0 punten; de kosten zijn meer dan 10% onder het gemiddelde: 3 punten; de kosten verschillen minder dan 10% van het gemiddelde: 1 punt; de kosten zijn meer dan 10% boven het gemiddelde: 0 punten; de kosten zijn laag; dit blijkt uit het feit dat er bij de aanvrager, in verhouding tot het aangevraagde subsidiebedrag, minder kosten per unieke deelnemer worden gemaakt dan gemiddeld bij alle aanvragers gezamenlijk het geval is: de effectiviteit en impact van activiteiten worden gedurende het gehele subsidietijdvak gemonitord en geëvalueerd; dit blijkt uit het feit dat periodiek onderzoek wordt gedaan naar de klanttevredenheid, de impact van de activiteiten periodiek wordt geëvalueerd en de activiteiten aan de hand daarvan gedurende het jaar worden aangepast: er vindt periodiek een onderzoek naar de tevredenheid van de deelnemers en een evaluatie van de impact van de activiteiten plaats en de activiteiten worden aan de hand daarvan gedurende het gehele subsidietijdvak aangepast: 6 punten; er vindt periodiek een onderzoek naar de tevredenheid van de deelnemers plaats en de activiteiten worden aan de hand daarvan gedurende het gehele subsidietijdvak aangepast: 3 punten; er vindt geen onderzoek of evaluatie plaats of de activiteiten worden aan de hand daarvan niet gedurende het gehele subsidietijdvak aangepast: 0 punten; de activiteiten zijn aantrekkelijk voor flexibele vrijwilligers; dit blijkt uit de mogelijkheden die vrijwilligers hebben om verschillend vrijwilligerswerk te kiezen, zelf de duur van hun inzet te kunnen bepalen en te bepalen wanneer ze vrijwilligerswerk willen doen: de activiteiten zijn bovengemiddeld aantrekkelijk voor flexibele vrijwilligers, de activiteiten voldoen aan twee of drie criteria: 2 punten; de activiteiten zijn gemiddeld, beperkt of niet aantrekkelijk voor flexibele vrijwilligers, de activiteiten voldoen aan één of minder van de drie criteria: 0 punten. 3. . In aanvulling op het eerste lid kent het college voor de activiteiten als bedoeld in artikel 1:4, onder a, ook punten toe aan de hand van de volgende criteria en tot het daarbij vermelde maximum aantal: de aanvrager vergaart inhoudelijke kennis om eenzaamheid te verminderen; dit blijkt uit het feit dat professionals en vrijwilligers een training ten behoeve van de signalering van eenzaamheid hebben gevolgd, waarin de onderwerpen terugkomen uit het handboek ‘Verbinden met eenzaamheid’ of het handboek ‘In gesprek over eenzaamheid’: professionals en vrijwilligers hebben een training ten behoeve van signalering van eenzaamheid gevolgd: 6 punten; de aanvrager is concreet bezig om professionals en vrijwilligers een training ten behoeve van signalering van eenzaamheid te laten volgen: 3 punten; de aanvrager heeft professionals en vrijwilligers geen training ten behoeve van signalering van eenzaamheid laten volgen en is ook niet concreet bezig om hen deze te laten volgen: 0 punten; wanneer de activiteit zich richt op één of meer van de onderstaande doelgroepen in totaal 2 punten: ouderen met een migratieachtergrond, anderstalig of laaggeletterd; éénoudergezinnen met laag inkomen of een levensgebeurtenis; jongeren met tegenslag of problemen met werk of opleiding, verslaving, of een combinatie van diverse andere factoren; inwoners met meervoudige problematiek; de aanvrager richt de activiteiten voor eenzame inwoners zo in dat de activiteit zoveel mogelijk werkzame elementen zoals genoemd in artikel 1:4, onder a, bevat, waarbij voor meer dan twee werkzame elementen voor elk aanvullend element één punt wordt toegekend tot een maximum van 3 punten. 4. . In aanvulling op het eerste lid kent het college voor de activiteiten als bedoeld in artikel 1:4, onder c, aanvullend 2 punten toe wanneer de activiteit zich specifiek richt op mantelzorgers met een migratieachtergrond, werkende mantelzorgers, mantelzorgers die zorgen voor iemand met een beperking of mantelzorgers jonger dan 28 jaar. 5. . Een aanvraag komt alleen voor subsidie in aanmerking als daaraan minimaal 20 punten zijn toegekend of 25 punten indien de aanvraag ziet op de activiteiten als bedoeld in artikel 1:4, onder a. 6. . Wanneer het totaalbedrag van de te honoreren aanvragen hoger is dan het vastgesteld subsidieplafond, verleent het college de subsidie in volgorde van de door het college aangebrachte rangschikking, totdat het voor de betrokken subsidie vastgestelde subsidieplafond is bereikt. 7. . Als aanvragen na toepassing van het zesde lid gelijk zijn gerangschikt, stelt het college de onderlinge rangschikking van die aanvragen vast aan de hand van de hoogte van het aangevraagde subsidiebedrag waarbij het laagste bedrag voor gaat. 8. . Als het subsidieplafond wordt overschreden als gevolg van aanvragen die bij de beoordeling gelijk zijn gerangschikt na toepassing van het zevende lid, stelt het college de onderlinge rangschikking van die aanvragen vast door middel van loting. 9. . Indien middelen op grond van artikel 1:8, derde lid, worden ondergebracht in een nieuw deelplafond dan: worden alle aanvragen die in aanmerking komen voor subsidie op grond van deze subsidieregeling, maar door overschrijding van de deelplafonds opgenomen in artikel 1:8, tweede lid, niet worden gehonoreerd, opnieuw gerangschikt; stelt het college de onderlinge rangschikking van die aanvragen vast aan de hand van het aantal punten dat op basis van de criteria in het tweede lid, onder a tot en met l, zijn toegekend; verleent het college de subsidie in volgorde van de door het college aangebrachte rangschikking, totdat het nieuwe deelplafond is bereikt; stelt het college bij overschrijding van het nieuwe deelplafond en bij gelijke rangschikking na toepassing van sub b, de onderlinge rangschikking van de aanvragen vast aan de hand van het aangevraagde subsidiebedrag waarbij het laagste bedrag voorgaat op het hogere bedrag; stelt het college bij gelijke rangschikking na toepassing van sub d, de onderlinge rangschikking van die aanvragen vast door middel van loting, waarbij enkel geloot wordt in de situatie dat één of meer van de gelijk gerangschikte aanvragen op grond van het nieuwe deelplafond in aanmerking zou komen voor subsidie.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel