Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3:

Artikel 10:

Positie en bevoegdheden Algemeen bestuur

Onderdeel van Gemeenschappelijke Regeling Samenwerking De Liemers 2024

1.. Het Algemeen bestuur staat aan het hoofd van Samenwerking De Liemers. 2.. Tot de taken en bevoegdheden van het Algemeen bestuur, als bedoeld in het eerste lid, behoren in ieder geval: het aanwijzen en zo nodig ontslaan van de leden van het Dagelijks bestuur; het aanwijzen en zo nodig ontslaan van de voorzitters en plaatsvervangend voorzitters van het Algemeen bestuur en het Dagelijks bestuur het instellen van commissies als bedoeld in de artikelen 24 en 25 van de wet; het vaststellen van de begroting; het vaststellen van de jaarrekening; het vaststellen van bestuursrapportages. 3.. Het Algemeen bestuur kan besluiten tot de oprichting van en de deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen, onverminderd het bepaalde in artikel 31a van de wet. 4.. Besluiten van het Algemeen Bestuur worden voor zienswijze aan de raden van de gemeenten voorgelegd als het Algemeen Bestuur dit nodig acht, tenzij wet of regeling anders voorschrijft. 5.. Ingezetenen van de deelnemende gemeenten en belanghebbenden worden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid betrokken op een voor de deelnemende gemeenten of diensten gebruikelijke wijze. In dat geval is afdeling 3.4. van de Algemene wet bestuursrecht, niet meer van toepassing op de participatie. Het Algemeen Bestuur kan bovendien een andere procedure voor participatie voorschijven. 6.. Het Algemeen Bestuur kan bevoegdheden overdragen aan het Dagelijks Bestuur met uitzondering van de bevoegdheden tot het vaststellen van de begroting en wijziging en actualisatie daarvan, de vaststelling van de jaarrekening en het besluit tot oprichting van en deelneming in rechtspersonen. 7.. Het Algemeen Bestuur kan instructies geven voor de werkwijze van het Dagelijks Bestuur. 8.. Het Algemeen Bestuur beslist over alle andere aangelegenheden waarvoor de bevoegdheid niet op grond van de Wet of deze regeling aan het Dagelijks Bestuur of aan de voorzitter toekomt.

Rechtspraak bij dit artikel