Naar hoofdinhoud

Artikel 11.

Urgentieverklaring

Onderdeel van Huisvestingsverordening gemeente Gennep 2026.

Het College wijst in de urgentiebeschikking een woningzoekende toe aan één van de urgentiecategorieën zoals opgenomen in bijlage I bij deze verordening. Een urgentieverklaring wordt aangevraagd bij het college met behulp van het door het college vastgesteld aanvraagformulier en gaat vergezeld van de volgende gegevens: naam, adres, woonplaats, geboortedatum, nationaliteit en, indien van toepassing, de verblijfstitel van de verzoeker; omvang van het huishouden van de verzoeker, en; aanduiding en motivering van de urgentiecategorie. Om voor een urgentieverklaring in aanmerking te komen, moet de woningzoekende aan de volgende vereisten voldoen: minstens achttien jaren oud zijn of meerderjarig zijn verklaard met toepassing van artikel 235 of 235ha van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek; woonachtig zijn in de woningmarktregio, dan wel op grond van het Convenant Woonkans in aanmerking komen om te gaan wonen in de woningmarktregio, en; behoren tot één van de urgentiecategorieën zoals opgenomen in bijlage I bij deze verordening, en; ingeschreven staan als woningzoekende in een woonruimteverdeelsysteem. De aanvrager kan verzoeken in de verklaring te vermelden dat de woonruimte voor zijn huishouden aan bijzondere passendheidseisen moet voldoen vanwege een Wmo-indicatie of om andere redenen. Het college kan daarover nadere gegevens verlangen. Op de aanvraag wordt uiterlijk zes weken na ontvangst van een volledige aanvraag beschikt. In bijzondere gevallen kan deze termijn met nog eens zes weken worden verlengd. Als de aanvrager behoort tot één van de wettelijk verplichte urgentiecategorieën, kan de aanvraag uitsluitend worden afgewezen in de gevallen zoals genoemd in artikel 3 Rvrv. Aan een urgentieverklaring kunnen voorwaarden worden verbonden als bedoeld in artikel 6, 7, tweede lid, of 8, tweede lid, Rvrv. Ook kan aan een urgentieverklaring een zoekprofiel worden meegegeven waarin beperkingen kunnen worden opgelegd aan typen woningen waarvoor de woningzoekende in aanmerking komt en/of aan het aantal gemeenten binnen de woningmarktregio waarvoor de urgentie geldt. De verhuurders en het college streven ernaar een woningzoekende met een urgentieverklaring in elk geval binnen zes maanden na de datum van de afgifte van de urgentie woonruimte te hebben aangeboden en vergund. De urgentieverklaring vervalt zodra aan de woningzoekende een huisvestingsvergunning is verleend. Bij mantelzorgurgenties vervalt de urgentieverklaring ook bij het beëindigen van de mantelzorgsituatie. Het college weigert de urgentieverklaring in ieder geval als de woningzoekende: niet voldoet aan de criteria om voor indeling in een urgentiecategorie in aanmerking te komen; in staat wordt geacht om zelf in de behoefte aan woonruimte te voorzien. Een urgentieverklaring vermeldt in ieder geval: naam, adres en woonplaats van de woningzoekende; datum van de aanvraag van de beschikking; urgentiecategorie waarin de woningzoekende is ingedeeld; of de woningzoekende in aanmerking komt voor directe bemiddeling dan wel zelf met voorrang kan reageren op het openbaar aanbod; een zoekprofiel of nadere passendheidseisen als van toepassing, en; de duur waarvoor de urgentie geldig is. Het college kan de urgentieverklaring wijzigen of intrekken als de woningzoekende: bij zijn aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt waarvan hij wist of kon vermoeden dat deze onjuist of onvolledig waren; niet langer voldoet aan de criteria om voor indeling in een urgentiecategorie in aanmerking te komen; een aanbod voor passende woonruimte heeft geweigerd. Bij de passendheidsvraag kunnen, naast de in artikel 10 genoemde factoren, ook dringende factoren van persoonlijke aard een rol spelen., of; een aan de urgentieverklaring verbonden verplichting niet na is gekomen. Als de woningzoekende in een andere urgentiecategorie wordt ingedeeld, wordt aan hem of haar een nieuwe urgentieverklaring verstrekt. Bij het beoordelen van de aanvraag van de urgentieverklaring kan het college zich laten adviseren door een door haar aan te wijzen instantie. Het college kan het beoordelen van de aanvragen van een urgentieverklaring ook (deels) beleggen bij een extern orgaan, zoals een (regionale) urgentiecommissie. In dat geval stelt het college een reglement op over de werkwijze van de urgentiecommissie. Tevens kan het college het afhandelen van bezwaarschriften onderbrengen bij een (regionale) bezwaarschriftencommissie.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel