Deze verordening wordt aangehaald als Huisvestingsverordening gemeente Gennep 2026.
Toelichting
Algemeen
Vanuit de voorgenomen Wet versterking regie volkshuisvesting (Wvrv) zijn alle gemeenten verplicht een huisvestingsverordening voor in elk geval urgent-woningzoekenden te hebben: de ‘urgentieverordening’. Deze verordening borgt dat bij woningtoewijzing wettelijk bepaalde aandachtsgroepen voorrang krijgen bij de toewijzing van sociale huurwoningen. De gemeenteraad stelt de verordening vast. Daarmee is de verordening een juridisch verplichtend kader voor de uitvoering van de urgentieregelingen in Noord-Limburg.
Deze verandering moet ervoor zorgen dat juist de kwetsbare groepen nergens tussen wal en schip vallen.
Werken met een verordening en introductie huisvestingsvergunning voor sociale huurwoningen
Algemeen
In de verordening voor Noord-Limburg is de huisvestingsvergunning als instrument opgenomen. Dit instrument is vanuit de Huisvestingswet verplicht om in te zetten bij het hanteren van urgentiecategorieën. De wetgever beoogt hiermee af te bakenen welke woningen of woonruimten onder de regulering van de verordening vallen en uitsluitend met een vergunning in gebruik mogen worden genomen.
In de regio is ervoor gekozen dat alleen zelfstandige woningen met een sociale huurprijs van woningcorporaties vergunningplichtig zijn. Onzelfstandige woonruimte, zoals studentenkamers of verblijflogies voor arbeidsmigranten, en woningen die verhuurd worden met een campuscontract, vallen daardoor niet onder deze verordening.
De toekomstige huurder is verantwoordelijk voor het aanvragen van de huisvestingsvergunning. Zij geven de woningcorporatie hiervoor een volmacht om de vergunning namens hen aan te vragen. Het College zal de woningcorporaties mandateren om de vergunning namens hen af te geven. Hiervoor is een apart mandaatbesluit nodig.
Urgentie
Zoals hiervoor is aangegeven, is deze verordening opgesteld in verband met het vastleggen van urgentiecategorieën. Personen met een urgentieverklaring krijgen voorrang bij het huren van een sociale huurwoning. In de bijlage bij deze verordening is een categorie-indeling bijgevoegd waarin staat vermeld welke categorieën van urgentie er bestaan.
Het is niet op voorhand bekend welk deel van de vrijkomende sociale huurwoningen passend is voor urgente woningzoekenden. Het vooraf afbakenen van welke woningen gereserveerd dienen te worden voor personen met een urgentieverklaring is niet mogelijk. Daarom is ervoor gekozen om de vergunningplicht te laten gelden voor (nagenoeg) alle sociale huurwoningen. Vervolgens wordt op basis van de uitgegeven urgentieverklaringen gekeken hoeveel woningen toegewezen moeten worden aan de urgente woningzoekenden. Via de signaalwaarde van maximaal 30 procent wordt bewaakt dat er voldoende woningen beschikbaar komen voor reguliere woningzoekenden.
Vergunningplicht
Deze verordening bevat een vergunningplicht voor het in gebruik nemen / geven van een sociale huurwoning. Deze vergunningplicht betreft het sluitstuk van het toewijzingsproces van dergelijke woningen. Hierna zal verder in worden gegaan op het toewijzingsproces en de rol van de diverse partijen hierbinnen.
Proces huisvestingsvergunning
Inschrijving woningzoekenden en bekendmaking woonruimte
Voorafgaand aan het vergunningenproces dient aan een aantal voorwaarden te zijn voldaan. Ten eerste moet de woningzoekende zich inschrijven in een door verhuurders gehanteerd inschrijfsysteem. De beschikbare sociale huurwoningen worden deels direct bemiddeld en deels openbaar bekend gemaakt. Op deze laatste woningen kunnen woningzoekenden zelf reageren.
Aanbieding woning en passendheid
De corporatie kan een woning openbaar bekendmaken of deze aanbieden aan een woningzoekende via directe bemiddeling. De verhuurder verhuurt alleen aan woningzoekenden bij wie de woning voldoet aan de vereisten voor passendheid volgens de regels van de verordening.
Een woningzoekende mag een woning die wordt aangeboden via directe bemiddeling alleen weigeren als deze niet passend is of vanwege andere dringende redenen van persoonlijke aard. In dat geval blijft de inschrijftijd die voor een woningzoekende relevant is in verband met de rangordebepaling behouden. Bij weigering om andere redenen vervalt de urgentie.
Urgentieverklaring
In aanvulling op de ‘reguliere’ regels met betrekking tot toewijzing van woningen, gelden er bijzondere regels voor urgente categorieën woningzoekenden. De categorieën van woningzoekenden die hiervoor in aanmerking komen staan vermeld in de bijlage bij de verordening. Woningzoekenden komen hier overigens uitsluitend voor in aanmerking voor zover zij beschikken over een urgentieverklaring. Op grond van deze verordening kan het college besluiten om een dergelijke verklaring af te geven. Deze verklaring is vervolgens relevant als het gaat om de rangorde op grond waarvan woningen worden toegewezen.
Rangorde
Toewijzing van sociale huurwoningen in het openbare aanbod verloopt via een bepaalde rangorde. Deze rangorde is verankerd in de regels van de verordening. Op grond van deze rangorde komen eerst urgenten voor toewijzing in aanmerking. In bijzondere gevallen kan het college de rangorde doorbreken als een woningzoekende door bijzondere omstandigheden ogenblikkelijk woonruimte nodig heeft.
Vergunning
Het sluitstuk van het proces van toewijzing van sociale huurwoningen vindt plaats door middel van verlening van de huisvestingsvergunning. Deze vergunning is nodig voor een woningzoekende om een sociale huurwoning te betrekken en voor de verhuurder om de woning in gebruik te geven. De vergunning wordt uitsluitend verleend voor zover de woning passend is voor de woningzoekende en deze laatste ook op grond van de rangordebepalingen hiervoor in aanmerking komt. De verordening bevat verder diverse inhoudelijke eisen ten aanzien van de vergunning.
Artikelsgewijze toelichting
Hierna volgt een toelichting op enkele artikelen van de verordening.
Artikel 3
In dit artikel zijn de criteria opgenomen voor beoordeling van de vergunning. Op grond hiervan moet sprake zijn van een meerderjarige woningzoekende met een passend inkomen. Daarnaast wordt de vergunning inhoudelijk beoordeeld aan de hand van passendheid van de woning voor de woningzoekende en ook aan de hand van de regels met betrekking tot rangorde zoals opgenomen in de verordening.
Artikel 10
In dit artikel zijn regels over passendheid opgenomen. Passendheid kan zowel betrekking hebben op de woonruimte als op de aanvrager en is op grond van artikel 3 lid 2 een van de beoordelingscriteria voor de verlening van de huisvestingsvergunning.
Artikel 11
In artikel 11 zijn regels opgenomen over de urgentieverklaring. Het college kan op grond van deze verordening een urgentieverklaring afgeven. Deze urgentieverklaring is medebepalend voor de rangorde vaststelling in het kader van de vergunningverlening. De urgentieverklaring is alleen aan de orde voor woningzoekenden die tot een bepaalde urgentiecategorie behoren. Deze categorieën zijn opgenomen als bijlage bij deze verordening. De urgentieverklaring is een afzonderlijk besluit en is zodoende vatbaar voor bezwaar en beroep.
Een aantal categorieën woningzoekenden is door de wetgever aangemerkt als verplichte urgentiecategorie. In de bijlage bij deze huisvestingsverordening worden verplichte categorieën opgesomd, omdat alleen verwijzen naar de wet pas mogelijk is na vaststelling van de Wet Versterking Regie Volkshuisvesting.
Artikel 12
In artikel 12 wordt de rangorde verder uitgewerkt voor woningen die in openbaar aanbod worden aangeboden. Woningzoekenden met urgentie gaan voor op woningzoekenden zonder urgentie.
Anno september 2025 benoemt de Huisvestingswet (artikel 12, derde lid) de volgende verplichte urgentiecategorieën:
a. Mantelzorgers en mantelzorgontvangers — mensen die mantelzorg geven of ontvangen, zoals omschreven in de Wmo 2015
b. Ernstige en chronische medische problematiek — woningzoekenden die dringend woonruimte nodig hebben vanwege ernstige, chronische gezondheidsklachten
c. Dakloosheidsopvang — woningzoekenden die in een voorziening voor opvang verblijven vanwege dakloosheid en dringend woonruimte nodig hebben
d. Opvang wegens huiselijk geweld of mensenhandel — personen die opvang verlaten vanwege huiselijk geweld of mensenhandel
e. Beschermd wonen — opvangsituaties waar men beschermd woont, waarvoor men uit deze voorziening vertrekt
f. Beëindiging verblijf in langdurige zorg — personen die een instelling voor geestelijke of geneeskundige zorg verlaten (zoals een instelling constaterend in de Wmo of Zorgverzekeringswet)
g. Jongvolwassenen (18–23 jaar) die jeugdvoorzieningen verlaten — waaronder accommodaties of gesloten jeugdinrichtingen, inclusief Nidos
h. Verlaten justitiële inrichting / forensische zorg — personen die een justitiële jeugdinrichting, penitentiaire inrichting of instelling voor forensische zorg verlaten
i. Uitstroom uit seksbranche via begeleidingstraject — woningzoekenden die deelnemen aan een overheidsprogramma dat gericht is op uitstappen uit de seksbranche
Bij mantelzorg staat benoemd dat de urgentieverklaring vervalt bij het beëindigen van de mantelzorgsituatie. Hier wordt bedoeld dat de urgentie vervalt in situaties dat de mantelzorgsituatie eerder eindigt dan het vinden van een woning, niet dat een huurcontract zou vervallen in een situatie dat er wel al een woning is gevonden en de mantelzorgrelatie daarna eindigt.
Artikel 15
Artikel 15 beschrijft de rapportageverplichting. De gemeenten in Noord-Limburg gebruiken de cijfers uit de rapportages om zich een beeld te vormen van de werking van deze Huisvestingsverordening en hoe het aandeel toegewezen woningen zich verhoudt tot de signaalwaarde. Zij doen dit in het Regionaal Overleg Wonen, waar ook de Provincie Limburg deelnemer aan is.
Huisvestingsvergunning voor betaalbare koopwoningen
Toelichting
Behalve voor sociale huurwoningen is in hoofdstuk 4 van deze verordening ook een vergunningplicht opgenomen voor het in gebruik nemen van betaalbare koopwoningen. Voor de gemeente Gennep is het belangrijk dat woningen beschikbaar zijn en blijven voor onze eigen inwoners. De Huisvestingswet 2014 voorziet in deze mogelijkheid, waar maximaal 50% van de woningen mag worden gereserveerd voor eigen bewoners. Hierbij krijgen inwoners van de kern voorrang boven andere inwoners van de gemeente.
Systeem van vergunningplicht
Bekendmaking en aanvraag
Er geldt een vergunningplicht voor ontwikkelingen van minstens 10 betaalbare woningen. Hiervoor geldt dat een woning niet in gebruik mag worden genomen zonder huisvestingsvergunning.
Het proces hiertoe start met een publicatie voor het project in het gemeenteblad en het gemeentelijke huis-aan-huis blad. Belangstellenden kunnen voor deze woningen een aanvraag indienen voor een huisvestingsvergunning. Hiervoor is het wel nodig dat zij voldoen aan de voorwaarden die de verkoper heeft gesteld. Anders bestaat het risico dat een vergunning wordt verleend aan iemand die hiervan geen gebruik kan maken. Gedurende acht weken na de bekendmaking kan een aanvraag worden ingediend.
Beoordeling
De gemeente mag maximaal 50% van de woningen toekennen aan inwoners uit eigen kern en gemeente. Hierbij wordt eerst voorrang gegeven aan bewoners uit de eigen kern en daarna aan bewoners uit de rest van de gemeente. Voor woningen binnen (het postcodegebied van) de kern Gennep geldt dat er geen specifieke voorrang wordt verleend aan personen uit de kern zelf. Dit volgt uit het schaarsteonderzoek. Hierna volgt een voorbeeld van hoe dit systeem functioneert.
Voorbeeld nieuwbouwproject
Nieuwbouwproject: 10 betaalbare woningen
Totaal aantal gegadigden 20
Volgorde aanvraag
Inwoners kern (niet Gennep)
Inwoners
Gemeente
gennep
inwoners buiten
Volgorde toewijzing
1
x
1
2
x
4
3
x
6
4
x
7
5
x
5
6
x
8
7
x
9
8
x
10
9
x
2
10
x
11
x
12
x
13
x
14
x
3
15
x
16
x
17
x
18
x
19
x
20
x
In de meest linkse kolom staat de volgorde van de aanvragen. In de drie kolommen hier rechts van staat een kruis in de kolom van de categorie waartoe de aanvrager behoord. In de meest rechtse kolom staat de volgorde waarin de vergunningen op grond van de verordening worden verleend. De rode kruisen hebben betrekking op te verlenen vergunningen.
In dit voorbeeld zijn er 3 aanvragen vanuit de kern. Deze hebben voorrang boven de andere aanvragen. Vervolgens komen de eerste twee aanvragers van Gennep, maar buiten de kern, in aanmerking voor voorrang. Na deze 5 aanvragen is de norm van 50% voor lokale binding bereikt. Vervolgens worden de resterende aanvragen op volgorde van binnenkomst beoordeeld.
Verlening vergunning
Na de beoordeling vindt vergunningverlening plaats volgens de hiervoor genoemde beoordelingsregels. Na vergunningverlening mag de betrokken woning in gebruik worden genomen door vergunninghouder. Nadat de woning voor het eerst in gebruik is genomen, is het niet nodig dat daarna opnieuw een huisvestingsvergunning wordt verleend voor een nieuwe bewoner. Deze huisvestingsvergunning heeft uitsluitend betrekking op de eerste bewoner van de woning.
Bijlage 1. Urgentiecategorieën zoals bedoeld in artikel 11, eerste lid van de verordening
Wettelijk verplichte urgentiecategorieën in de Wet Versterking Regie Volkshuisvesting
Met de invoering van de Wet Versterking Regie Volkshuisvesting (vermoedelijk 1 juli 2026) krijgen de volgende categorieën wettelijk recht op urgentie:
A. Mantelzorgverleners- en ontvangers
Woningzoekenden die mantelzorg (als in artikel 1.1.1, eerste lid, Wet maatschappelijke ondersteuning 2015) verlenen of ontvangen. Een woningzoekende komt in aanmerking voor urgentie indien:
de mantelzorg in de drie maanden voorafgaande aan het moment van de aanvraag ten minste acht uur per week is verleend of ontvangen;
de in onderdeel a bedoelde acht uur mantelzorg per week is verleend gedurende ten minste vier dagen per week, tenzij de medische problematiek zoals Alzheimer, schizofrenie of andere chronische psychische aandoeningen 24 uur per dag nabijheid vereisen en de hulp op onverwachte momenten wordt geboden;
de mantelzorgsituatie naar verwachting nog minstens één jaar zal voortduren;
de relatie tussen mantelzorgverlener en mantelzorgontvanger gebaseerd is op familiebanden of langdurige sociale omgang;
de mantelzorgontvanger of mantelzorgverlener niet in een intramurale instelling wonen;
de mantelzorgverlener medisch, fysiek en psychisch in staat is mantelzorg te verlenen;
het betrekken van een woonruimte in de woningmarktregio de meest passende manier is om ervoor te zorgen dat de mantelzorgontvanger zelfstandig kan blijven wonen; en
de mantelzorgverlener en mantelzorgontvanger op ten minste vijf kilometer afstand van elkaar wonen of een gemiddelde reistijd heeft van een half uur.
B. Mensen met ernstige en chronische medische klachten
Woningzoekenden die op grond van ernstige en chronische medische redenen dringend woonruimte behoeven. Woningzoekende komt in aanmerking voor urgentie indien:
de woningzoekende kampt met ernstige en chronische medische problematiek, waarbij de huidige woonsituatie levensontwrichtend is omdat de woningzoekende niet meer in staat is zelfstandig te functioneren in de huidige woonruimte, dan wel de behandeling van het probleem aantoonbaar in hoge mate ongunstig door de woonsituatie wordt beïnvloed;
een zelfstandige woonruimte een substantieel deel van de oplossing voor het probleem van de woningzoekende vormt; en
de woningzoekende met ernstige en chronische problematiek van psychische aard op het moment van aanvraag ten minste twaalf maanden onder behandeling is of is geweest voor het betreffende medische probleem bij een specialistische, tweedelijns instelling als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet langdurige zorg voor geneeskundige geestelijke zorg of instelling voor geneeskundige zorg als bedoeld in artikel 10, onderdeel g, van de Zorgverzekeringswet in verband met zorg zoals psychiaters en klinisch-psychologen plegen te bieden, of vrijgevestigd psychiater in Nederland.
C. (Ex-)dak en thuislozen
Woningzoekenden aan wie in ieder geval wegens dakloosheid een voorziening voor opvang (als in artikel 1.1.1, eerste lid, Wet maatschappelijke ondersteuning 2015) is verleend.
D. Slachtoffers huiselijk geweld of mensenhandel
Woningzoekenden aan wie wegens huiselijk geweld of mensenhandel een voorziening voor opvang (als in artikel 1.1.1, eerste lid, Wet maatschappelijke ondersteuning 2015) is verleend en deze opvang verlaten. Definitie opvang in Wmo 2015: onderdak en begeleiding voor personen die de thuissituatie hebben verlaten in verband met risico’s voor hun veiligheid als gevolg van huiselijk geweld, en niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving.
E. Uitstroom Beschermd Wonen
Woningzoekenden die een voorziening voor beschermd wonen (als in artikel 1.1.1, eerste lid, Wet maatschappelijke ondersteuning 2015) verlaten. Definitie Beschermd wonen in Wmo 2015: beschermd wonen: wonen in een accommodatie van een instelling met daarbij behorende toezicht en begeleiding, gericht op het bevorderen van zelfredzaamheid en participatie, het psychisch en psychosociaal functioneren, stabilisatie van een psychiatrisch ziektebeeld, het voorkomen van verwaarlozing of maatschappelijke overlast of het afwenden van gevaar voor de cliënt of anderen, bestemd voor personen met psychische of psychosociale problemen, die niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving.
F. Uitstroom klinisch geestelijke gezondheidszorg
Woningzoekenden die een verblijf in een instelling (als in artikel 1.1.1 Wet langdurige zorg) verlaten waar zij geneeskundige geestelijke zorg ontvingen of woningzoekenden die in verband met geneeskundige zorg (als in artikel 10, onderdeel g, Zorgverzekeringswet) in een instelling verbleven in verband met zorg zoals psychiaters en klinisch-psychologen plegen te bieden en deze verlaten.
G. Uitstroom accommodaties jeugdhulp
Woningzoekenden tussen 18 en 23 jaar die een accommodatie of gesloten accommodatie (als in artikel 1.1 Jeugdwet) verlaten. Definitie artikel 1.1 Jeugdwet: (Gesloten) accommodatie: (gesloten) bouwkundige voorziening of deel van een bouwkundige voorziening met het daarbij behorende terrein, waar jeugdhulp wordt verleend door of namens een jeugdhulpaanbieder.
H. Uitstroom (jeugd)detentie en forensische zorg (> 3 maanden)
Woningzoekenden die een inrichting of voorziening (als in artikel 3a Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen), een penitentiaire inrichting (als in artikel 3, eerste lid, Penitentiaire beginselenwet) of een instelling voor forensische zorg (als in artikel 1.1, eerste lid, Wet forensische zorg) verlaten.
I. Uitstappende sekswerkers
Woningzoekenden die deelnemen aan een overheidsprogramma gericht op duurzaam uitstappen (DUUP) waarbinnen begeleiding van sekswerkers plaatsvindt bij het vinden van werk of dagbesteding buiten de seksbranche. Woningzoekenden komen in ieder geval in aanmerking voor indeling in een urgentiecategorie indien huisvesting een voorwaarde is om het uitstappen uit de seksbranche duurzaam mogelijk te maken.
J. Dak- en thuislozen met minderjarige kinderen
Woningzoekenden zonder vaste verblijfplaats die deel uitmaken van een gezin met een of meer minderjarige kinderen. Het Ministerie werkt momenteel aan het uitwerken van een nadere definitie in een Ministeriele regeling.
Urgentiecategorie ‘woonbegeleiding’
Woningzoekenden die verblijven en ondersteund worden in een tussenvorm of (voorliggende) voorziening waarin wonen, ontwikkelen, leren en/of werken worden samengebracht, of jongvolwassenen vanaf 18 jaar die verblijven in een complexe thuissituatie en een woonbegeleidingsvraag hebben, en waarvan de begeleidende partij van oordeel is dat de woningzoekende toe is aan zelfstandig wonen met woonbegeleiding.
Urgentiecategorie ‘echtscheiding of beëindiging samenwonen’
Woningzoekenden die als gevolg van echtscheiding of beëindiging samenwonen hun huidige woonruimte moeten verlaten kunnen in aanmerking komen voor urgentie wanneer de aanvrager de zorg over minderjarige kinderen heeft en wanneer beide ouders niet de beschikking hebben over onderdak. Indien sprake is van co-ouderschap, dan komt maximaal één van de ouders in aanmerking voor sociale urgentie.
Urgentiecategorie ‘renovatie of onbewoonbaarheid van de huidige woonruimte’
Bewoners van woonruimte waarvan de woningcorporatie heeft besloten dat ze hun sociale huurwoning moeten verlaten omdat ze vanwege sloop of grondige renovatie van die woonruimte niet meer in die woonruimte kunnen blijven wonen, komen in aanmerking voor urgentie.
Bemiddelingscategorie ‘statushouders’
Vergunninghouders die onder de gemeentelijke taakstelling vallen, als bedoeld in artikel 28 van de Huisvestingswet.
Urgentiecategorie ‘sociale of financiële redenen’
Woningzoekenden komen in aanmerking voor urgentie als de aanvrager of minderjarige
medebewoner(s) aantoonbaar slachtoffer zij van ernstig, structureel fysiek of geestelijk geweld, als de aanvrager in een aantoonbare schrijnende noodsituatie zit waarin een andere woning de oplossing is, of wanneer de aanvrager aantoonbaar zijn eigen woning gedwongen, onverwacht en buiten zijn schuld om moet verlaten.
Er wordt in principe geen sociale urgentie verleend als er sprake is van:
Slechte staat van de bewoonde woning, of als er problemen zijn met de woonomgeving, of de woning voldoet niet aan de woonwensen;
Inwoning bij familie, vrienden of kennissen;
Het eindigen van de huurovereenkomst;
Verkoop van de woning door de verhuurder;
Permanente of tijdelijke bewoning op een vakantiepark;
Gedwongen sluiting van de woning door een bestuurlijke of juridische maatregel;
Het niet benutten van juridische mogelijkheden om het verlies van de huidige woonruimte te voorkomen;
Er is sprake van een andere voorziening die passend is voor de situatie van de woningzoekende en waar direct aanspraak op kan worden gemaakt;
Terugkeer vanuit detentie korter dan 3 maanden;
Er is sprake van zwangerschap, huwelijk of samenwonen waarvoor een woning nodig is;
Er is sprake van terugkeer uit het buitenland, voorgenomen hereniging met partner en/of kinderen uit het buitenland of het dichter bij familie willen gaan wonen.
In geval van een schrijnende situatie kan er een uitzondering gemaakt worden op deze uitsluitingsgronden, indien dit in het belang is van de woningzoekende.