Het splitsen van een woning die op basis van het omgevingsplan buitengebied als karakteristiek of monumentaal is aangeduid met een minimale oppervlakte van 200 m2 in twee woningen.
In aanvulling op de algemene voorwaarden geldt verder dat:
het splitsen moet bijdragen aan het versterken of het behoud van de monumentale of karakteristieke waarden en de ruimtelijke kwaliteit moet toenemen;
het hele gebouw aangemerkt kan worden als karakteristiek en
bijbehorende bouwwerken moeten zo gepositioneerd worden dat zij de karakteristieke waarde van het pand en het erf niet aantasten
bij de twee gesplitste woningen zijn maximaal 2 vrijstaande bijbehorende bouwwerken toegestaan. Als er meer vrijstaande bijbehorende bouwwerken aanwezig zijn, wordt bij het delegatiebesluit bepaalt of deze gehandhaafd kunnen worden.
Het splitsen van een bestaande vergunde woning groter dan 300 m2 in twee woningen niet groter dan 300 m2 per woning waarbij de ruimtelijke kwaliteit moet toenemen. Deze bepaling geldt niet voor in het buitengebied gelegen landhuizen en landgoederen.
Het vergroten van een woning tot een maximale oppervlakte van 300 m2, waarbij in aanvulling op de algemene voorwaarden geldt dat:
het perceel een minimale oppervlakte heeft van 3000 m2;
er een onderbouwd erfinrichtingsplan op basis van het landschapsontwikkelingsplan aan ten grondslag ligt en
er sprake is van een kwalitatieve verbetering ten opzichte van de bestaande situatie. Dit wordt aangetoond door middel van een beeldkwaliteitsplan of paragraaf in het landschapsplan. Toetsing wordt gedaan door de stadsbouwmeester.
Het vergroten van bijbehorende bouwwerken bij een woning tot een maximale oppervlakte van 300 m2, waarbij in aanvulling op de algemene voorwaarden geldt dat:
het perceel een minimale oppervlakte heeft van 3000 m2;
er een onderbouwd erfinrichtingsplan op basis van het landschapsontwikkelingsplan aan ten grondslag ligt en
er sprake is van een kwalitatieve verbetering ten opzichte van de bestaande situatie. Dit wordt aangetoond door middel van een beeldkwaliteitsplan of paragraaf in het landschapsplan. Toetsing wordt gedaan door de stadsbouwmeester.
Het afwijken van de dakhelling, waarbij in aanvulling op de algemene voorwaarden geldt dat:
de woning kwalitatief passend is bij de uitstraling en opzet van het erf en
er sprake is van een kwalitatieve verbetering ten opzichte van de bestaande situatie. Dit wordt aangetoond door middel van een beeldkwaliteitsplan of paragraaf in het landschapsplan. Toetsing wordt gedaan door de stadsbouwmeester.
Het omzetten van een vergunde inwoonsituatie naar twee woningen. Deze bepaling geldt niet voor de in het beleid Ruimtelijke Ontwikkelingen in het buitengebied benoemde uitzonderingen (hfst. 2.1). In aanvulling op de algemene voorwaarden geldt dat:
Er minimaal 300 m2 aan sloopmeters moeten worden ingebracht, of
Er minimaal 300 m2 aan sloopmeters ter compensatie moeten worden afgestort in het landschapsfonds á €125,- per vierkante meter.
Er is sprake van een vergunde inwoonsituatie met als peildatum 27 augustus 2021 (inwerkingtreding Chw Omgevingsplan buitengebied Rijssen-Holten).
Bedrijfswoningen en recreatiewoningen zijn uitgesloten.
Na splitsing ontstaan twee woningen, ieder met een zelfstandige woonruimte, waarbij:
Iedere woonruimte een eigen ingang heeft; en
Er sprake is van een wooneenheidscheidende wand.
De bestaande compactheid van het erf moet behouden blijven (één-erf-gedachte), dus in beginsel is er sprake van één hoofdgebouw (bestaande uit twee woningen aaneen), één erf.
De landschappelijke inpassing moet bijdragen aan deze één-erf-gedachte. Erfverharding moet doorlopen, privacy kan worden gewaarborgd door gebruik van subtiele en passende materialen of groen. De verdeling van de bijbehorende bouwwerken wordt aangegeven op het landschapsplan.
Op basis van hoofdstuk 6 uit het beleid ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied van de gemeente Rijssen-Holten (of diens rechtsopvolger) is de KGO rekenmethodiek van toepassing.
Het bestaande voor- en achtererf moet worden behouden visueel worden versterkt.
Bij nieuwbouw mag er geen tweede hoofdgebouw worden gerealiseerd. Uitgangspunt blijft twee woningen aaneen die passend zijn in het buitengebied.
Per woning mag één vrijstaand bijbehorend bouwwerk gerealiseerd worden van 150m2, dus in totaal twee vrijstaande bijbehorende bouwwerken voor de ontwikkeling.
Begrip: een zelfstandige woonruimte is een woning met eigen toegang en eigen voorzieningen, zoals: keuken, toilet, wasgelegenheid (bad en douche), meterkast en overige aansluitingen.
Het realiseren van een veldopstelling met zonnepanelen ten behoeve van de eigen energiebehoefte. In aanvulling op de algemene voorwaarden geldt dat:
de maximale bouwhoogte van de opstelling 2,5 meter is;
de veldopstelling wordt landschappelijk ingepast aan de hand van het geldende landschapstype en de welstandsnota en
als de opstelling binnen 200 m is gelegen van de hartlijn van een aardgastransportleiding wordt advies aan de leidingbeheerder gevraagd voordat het omgevingsplan gewijzigd kan worden.