Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 1

Begripsbepalingen

Onderdeel van Reclameverordening Harderwijk 2010

In deze verordening wordt verstaan onder: bevoegd gezag: bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. binnenstad: het gebied zoals weergegeven op de bij deze verordening behorende kaart. bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren. gebouw: een geheel of gedeeltelijk door wanden omsloten, voor mensen toegankelijke, ruimte dat voorzien is van een dak. handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen. tijdelijke handelsreclame: handelsreclame zoals bedoeld in sub d van dit artikel, met dien verstande dat deze niet langer dan 4 weken aanwezig is. vrijstaande reclameborden: Een handelsreclame-uiting (reclamebord) die niet is bevestigd aan een onroerende zaak maar is geplaatst op de weg. weg: pleinen, wegen straten, parkeerterreinen, lanen, paden, bermen en andere zijkanten van wegen, alsmede stegen, sloppen, plantsoenen, parken, stranden, bos, heide, troittors, stoepen, trappen, portiekruimten, gangen, passages, galerijen, telefooncellen, liften, tunnels, vluchtheuvels, kaden, terreinen, en een en ander voor zover zij, zij het ook met enige beperking, voor het publiek feitelijk toegankelijk zijn, onverschillig wie daarvan eigenaar is.

Rechtspraak bij dit artikel