**1..** Een vervoersvoorziening wordt toegekend over de afstand tussen de woning van de leerling, dan wel de opstapplaats, en de dichtstbijzijnde toegankelijke school voor de leerling.
**2..** De dichtstbijzijnde toegankelijke school:
is een school als bedoeld in artikel 4, vijfde lid, onder a, van de Wet op het primair onderwijs, artikel 4, vijfde lid, van de Wet op de expertisecentra of artikel 8.29, vierde lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020;
eerbiedigt de op godsdienst of levensbeschouwing van de ouders of de meerderjarige en handelingsbekwame leerling berustende keuze voor een school;
betreft de soort school waarop de leerling is aangewezen vanwege zijn structurele handicap;
is de school die naar afstand het dichtstbij gelegen is vanaf de woning, gemeten langs de kortste voor de leerling voldoende begaanbare en veilige weg; en
heeft plaats voor de leerling.
**3..** Er wordt eveneens een vervoersvoorziening verstrekt over de afstand tussen de woning of de opstapplaats en:
de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke speciale school voor basisonderwijs in het samenwerkingsverband van de basisschool waarvan de leerling afkomstig is, als ouders daar schriftelijk mee instemmen; of
een andere speciale school voor basisonderwijs in het onder a bedoelde samenwerkingsverband, als het vervoer naar die school voor de gemeente minder kosten met zich mee zou brengen dan het vervoer naar de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke speciale school voor basisonderwijs als bedoeld onder a en ouders daar schriftelijk mee instemmen.
**4..** Als de ouders of de meerderjarige en handelingsbekwame leerling vanwege een specifieke onderwijskundige behoefte van de leerling een vervoersvoorziening aanvragen naar een school op een grotere afstand, dan de dichtstbijzijnde toegankelijke school van de onderwijssoort waarop de leerling is aangewezen, wordt deze slechts toegekend als is voldaan aan de volgende voorwaarden:
aan het college is door de ouders of de meerderjarige leerling naar het oordeel van het college voldoende aangetoond wat de specifieke en noodzakelijke onderwijskundige onderwijsbehoefte is van de leerling; en
aan het college is door de ouders of de meerderjarig leerling naar het oordeel van het college voldoende aangetoond dat de dichtstbijzijnde school van de onderwijssoort waarop de leerling is aangewezen niet toegankelijk is vanwege het niet kunnen bieden van het noodzakelijke specifieke onderwijsaanbod.
Hoofdstuk 3.
Artikel 12.
Vervoersvoorziening naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school
Onderdeel van Verordening leerlingenvervoer Etten-Leur 2026