**1.** Het is verboden om in een archeologisch monument, bedoeld in artikel 1, onder a, sub 2 of een archeologisch verwachtingsgebied, bedoeld in artikel 1, onder h, de bodem dieper dan 0,30 m onder de oppervlakte te verstoren.
**2.** Het verbod in lid 1 is niet van toepassing indien;a. het een verstoring betreft van een archeologisch monument of archeologischverwachtingsgebied als aangegeven op de gemeentelijke archeologische waardenkaart en hette verstoren gebied kleiner is dan en de werkzaamheden niet dieper reiken dan de maatvoering,zoals aangegeven in de bijlage van de Beleidsnota Archeologie Hardinxveld-Giessendam.b. in het geldend bestemmingsplan bepalingen zijn opgenomen omtrent archeologischemonumentenzorg.c. sprake is van een activiteit als bedoeld in artikel 2.12, eerste en tweede lid, van de Wetalgemene bepalingen omgevingsrecht en hierin voorschriften zijn opgenomen omtrentarcheologische monumentenzorg.d. het college nadere regels stelt met betrekking tot de uitvoering van werkzaamheden die leidentot een verstoring van een archeologisch monument of archeologisch verwachtingsgebied alsaangegeven op gemeentelijke archeologische waardenkaart of de gemeentelijkebeleidsadvieskaart, dan wel bij het ontbreken daarvan, de provinciale ArcheologischeMonumentenkaart of de landelijke Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden;e. een rapport is overgelegd waarin de archeologische waarde van het te verstoren terrein naar hetoordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld en waaruit blijkt dat:• het behoud van de archeologische waarden in voldoende mate kan worden geborgd; of• de archeologische waarden door de verstoring niet onevenredig worden geschaad; of• in het geheel geen archeologische waarden aanwezig zijn.
Hoofdstuk 5
Artikel 16
Instandhoudingbepaling
Onderdeel van Erfgoedverordening 2010 gemeente Hardinxveld-Giessendam