Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3. › Paragraaf 3.4.

Artikel 3.4.1.

Strijdig gebruik ruimtelijke ordening

Onderdeel van Integraal Handhavings- en Uitvoeringsprogramma (IHUP) VTH 2026

Beoogd maatschappelijk effect (subdoel) Regionale prioriteit Subdoel Indicatoren (streefwaarde) Strijdig gebruik ruimtelijke ordening Gronden en gebouwen worden gebruikt in overeenstemming met de planologische regels van het Omgevingsplan. 90% van meldingen over strijdig gebruik wordt binnen 5 werkdagen opgepakt. Er is zicht op risicolocaties via de leegstandslijst. Jaarlijks wordt de volledige leegstandlijst doorlopen. Hoe is het nu? Strijdig gebruik van gronden en bouwwerken is een breed en divers thema dat uiteenlopende situaties omvat, zoals illegale permanente bewoning, bedrijfsmatige activiteiten op onjuiste bestemmingen, kamerverhuur, overbewoning en functiewijzigingen zonder planologische basis. Door deze diversiteit is een uniforme toezichtaanpak niet mogelijk. Het toezicht is daarom in hoofdzaak meldinggestuurd: controles vinden plaats naar aanleiding van meldingen, eigen waarnemingen of als nevenbevinding bij andere controles. Ook controles op basis van de leegstandslijst maken onderdeel uit van dit toezicht. Deze zijn primair gericht op het signaleren van strijdig gebruik of onjuiste registraties, maar kunnen tevens signalen opleveren over bijvoorbeeld onrechtmatige bewoning of huisvesting van arbeidsmigranten. Op die manier fungeert de leegstandslijst als aanvullend signaalinstrument binnen het bredere toezichtveld. Wat gaan we doen om het doel te bereiken? In 2026 blijft het toezicht primair meldinggestuurd. Bij iedere constatering wordt eerst beoordeeld of legalisatie mogelijk is; wanneer dit niet het geval is, wordt handhavend opgetreden. Meldingen worden consequent geregistreerd met ontvangstdatum in Rx.Mission, zodat naleving van de afhandelingstermijn aantoonbaar is. Daarnaast wordt onderzocht hoe prioritering van meldingen verder kan worden gestandaardiseerd om consistentie en transparantie te vergroten. Gelet op de omvang en diversiteit van het thema in verhouding tot de beschikbare capaciteit blijft het noodzakelijk om keuzes te maken in de inzet. Het toezicht zal daarom ook in 2026 grotendeels reactief van aard blijven, waarbij beschikbare capaciteit gericht wordt ingezet op situaties met de grootste impact op veiligheid, leefomgeving en ruimtelijke kwaliteit.

Rechtspraak bij dit artikel