Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3

Artikel 3.4

Weigeringsgronden bij subsidieverstrekking

Onderdeel van Algemene subsidieverordening Deventer

De subsidie kan naast de in de artikel 4:25, tweede lid, en artikel 4:35 van de wet genoemde gronden in ieder geval worden geweigerd indien naar het oordeel van het college: de prestaties of activiteiten van de aanvrager onvoldoende bijdragen aan de beleidsdoelstellingen van de gemeente; de aanvrager niet werkt op basis van good governance of onvoldoende de voor hem geldende eigen code of branchecode voor good governance, of indien van toepassing de door het college vastgestelde voorwaarden voor good governance naleeft; de aanvrager een niet sluitende begroting indient; de aanvrager niet beschikt over een adequaat risicomanagementsysteem dat inzicht geeft in de risico’s en de daarvoor te nemen beheersmaatregelen, noch over een algemene reserve van 10% van de jaaromzet; de aanvrager zich onvoldoende inspant om eigen aanvullende inkomsten te verwerven voor het verrichten van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd; de aanvrager onvoldoende samenwerkt in ketens of netwerken met andere partners ter realisering van de activiteiten en het behalen van de doelstellingen; de subsidieverstrekking niet is toegestaan totdat de Europese Commissie met toepassing van artikel 108, derde lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat verstrekking van de subsidie verenigbaar is met de interne markt; de te subsidiëren activiteiten van de aanvrager niet gericht zijn op de gemeente of niet aanwijsbaar ten goede komen aan ingezetenen van de gemeente; de aanvrager zijn aanbod niet openstelt voor alle groeperingen door onderscheid te maken naar leeftijd, ras, godsdienst, levensovertuiging, sekse of seksuele geaardheid, tenzij sprake is van op een specifieke doelgroep gericht gemeentelijk beleid; de subsidieverstrekking niet past binnen het door de raad vastgesteld beleid; de aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten zal ontplooien die in strijd zijn met de wet, het algemeen belang of de openbare orde; de aanvrager ook zonder subsidieverstrekking over voldoende gelden, hetzij eigen middelen, hetzij middelen van derden, kan beschikken om de kosten van de activiteiten te dekken; de aanvrager de maatschappelijke behoefte aan de activiteiten niet aannemelijk kan maken; een doublure ontstaat met activiteiten van een al door de gemeente gesubsidieerde (rechts)persoon; de door de aanvrager aan de deelnemers van de activiteiten gevraagde eigen bijdrage zo laag is gesteld, dat door een redelijke verhoging hiervan subsidieverlening achterwege kan blijven; de aanvrager niet bereid is bij de bekendmaking van zijn activiteitenprogramma of dienstverleningsaanbod de gemeente Deventer als subsidieverstrekker te vermelden. Onverminderd het eerste lid weigert het college de subsidie in ieder geval als: de Europese Commissie overeenkomstig artikel 108, derde lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie onverenigbaar is met de interne markt; het betreft een aanvrager tegen wie een bevel tot terugvordering uitstaat ingevolge een eerdere beschikking van de Europese Commissie waarin de steun onrechtmatig en onverenigbaar met de gemeenschappelijke markt is verklaard.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel