Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf 3.

Artikel 11.

Afwijzingsgronden

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Beuningen 2026

1.. Geen maatwerkvoorziening wordt verstrekt: a.. als voor de problematiek die aanleiding geeft voor de noodzaak tot ondersteuning een voorziening op grond van een andere wettelijke bepaling bestaat; b.. als de cliënt op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk de beperkingen kan wegnemen of in zijn/haar ondersteuningsbehoefte kan voorzien; c.. als de cliënt met gebruikmaking van algemene voorzieningen of andere voorzieningen de beperkingen kan verminderen of wegnemen, of in zijn/haar ondersteuningsbehoefte kan voorzien; d.. als de voorziening voor een persoon als cliënt algemeen gebruikelijk is; e.. als de cliënt voor het verkrijgen van passende ondersteuning aanspraak kan maken op een door of ten behoeve van de client afgesloten aanvullende verzekering; f.. als cliënt voor de Wmo 2015 geen ingezetene is van de gemeente Beuningen; g.. als niet aannemelijk is dat inzet van de voorziening in voldoende mate zal bijdragen aan een oplossing voor de hulpvraag; h.. als de cliënt de gevraagde voorziening voor de melding heeft gerealiseerd of geaccepteerd, tenzij achteraf kan worden vastgesteld dat er sprake was van een acute noodsituatie waardoor het voor de cliënt dringend noodzakelijk was de voorziening te treffen en voorzover de kosten zijn gemaakt tot drie maanden vóór de melding; i.. als het een voorziening betreft die de cliënt na de melding en vóór datum van de beschikking heeft gerealiseerd of geaccepteerd, tenzij het college daarvoor schriftelijk toestemming heeft verleend (inclusief plan van aanpak en budget) of de acute noodzaak, passendheid en gemaakte kosten achteraf nog kan worden vastgesteld; j.. als de cliënt die maatschappelijke ondersteuning vraagt geen of onvoldoende eigen verantwoordelijkheid heeft getoond in het voorkomen of oplossen van de hulpvraag; k.. voor zover er aan de zijde van de cliënt geen sprake is van aantoonbare meerkosten in vergelijking met de situatie voorafgaand aan het optreden van de beperkingen in de zelfredzaamheid of participatie; l.. voor zover de voorziening naar objectieve maatstaven niet als goedkoopst adequate voorziening kan worden aangemerkt; m.. als de voorziening niet genoeg op de client als persoon is gericht; n.. ten behoeve van het gebruik van de woning die niet het hoofdverblijf van de cliënt betreft; o.. als cliënt de beperking heeft weggenomen door voorafgaand aan de melding zelf een oplossing gerealiseerd te hebben; p.. als de technische afschrijftermijn van een eerdere voorziening nog niet is verstreken; q.. bij het ontbreken en niet kunnen realiseren van een adequate stallingsmogelijkheid voor een hulpmiddel; r.. als deze niet langdurig noodzakelijk is. Geen woonvoorziening wordt verstrekt: a.. wanneer de ervaren beperkingen bij normaal gebruik van de woning komen door de in de woning gebruikte materialen; b.. als de client zijn hoofdverblijf niet heeft of zal hebben in de woning waarin de voorziening wordt getroffen; c.. ten behoeve van woonruimten die niet geschikt zijn voor permanente bewoning. Er kan dan wel een voorziening voor verhuizing en inrichting worden verstrekt; d.. voor zover het voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten betreft, behalve automatische deuropeners, hellingbanen, het verbreden van de gemeenschappelijke toegangsdeuren, het aanbrengen van drempelhulpen of vlonders of het aanbrengen van een opstelplaats bij de toegangsdeur van de gemeenschappelijke ruimte; e.. wanneer het een voorziening betreft die aangebracht moet worden in een gebouw expliciet gericht op mensen met een beperking of ouderen; f.. als de noodzaak het gevolg is van een verhuizing waarvoor geen aanleiding was op grond van beperkingen bij de zelfredzaamheid of participatie en er geen belangrijke reden voor de verhuizing is; g.. als de cliënt niet is verhuisd naar de voor zijn beperkingen meest geschikte beschikbare woning, tenzij daarvoor vooraf schriftelijke toestemming is gegeven door het college; h.. als de voorziening in het geval van nieuwbouw of renovatie zonder noemenswaardige meerkosten meegenomen kan worden; De toegang tot maatschappelijke opvang en beschermd wonen kan geweigerd worden wanneer: a.. een cliënt zich niet houdt aan de huisregels of zich ernstig misdraagt; b.. een cliënt onveiligheid en overlast veroorzaakt; c.. een cliënt niet bereid is om mee te werken aan een passend ondersteuningstraject; d.. sprake is van een indicatie waardoor een opvangtraject geen geschikte vorm van maatschappelijke ondersteuning voor een cliënt is; e.. de eigen bijdrage (na veelvuldige waarschuwingen) niet betaald wordt; f.. in het geval van vrouwenopvang geen sprake is van huiselijk geweld en/of geweld in een afhankelijkheidsrelatie.

Rechtspraak bij dit artikel