1. Tot het sociale netwerk worden personen gerekend uit de huiselijke kring en andere personen met wie iemand een sociale relatie onderhoudt, zoals familieleden, buren, vrienden, kennissen, etc.
2. De cliënt die in aanmerking komt voor een persoonsgebonden budget kan alleen diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen betrekken van een persoon die behoort tot zijn sociale netwerk als dat aantoonbaar tot betere en efficiëntere ondersteuning leidt.
3. Als vanuit een persoonsgebonden budget ondersteuning wordt gefinancierd van een persoon die behoort tot het sociaal netwerk, krijgt deze persoon een lager tarief betaald voor zijn diensten dan het vastgestelde tarief voor professionals.
4. Bij de beoordeling of sprake is van hulp die het sociale netwerk zonder betaling kan bieden en of bij wijze van uitzondering de inzet van het sociale netwerk met een persoonsgebonden budget betaald kan worden, spelen in elk geval de volgende aspecten een rol:
a. het type hulp dat wordt geleverd;
b. de frequentie van deze hulp;
c. een tijdelijke hulpvraag of hulp over een lange periode;
d. de mate van verplichting;
e. kwaliteit van de ondersteuning zit in de nabijheid van ondersteuner;
f. als volgens landelijk geldende kwaliteitscriteria een minimale opleiding vereist is, moet de persoon uit het netwerk die kwalificatie minimaal hebben;
g. de persoon uit het netwerk moet aangeven/ aangegeven hebben dat de zorg voor hem niet tot overbelasting leidt;
h. de cliënt dient een persoonsgebonden budgetplan op te stellen met daarin de doelen, activiteiten en evaluatiemomenten. In het persoonsgebonden budgetplan worden de activiteiten aan de doelen verbonden en inzichtelijk gemaakt wie binnen het huishouden wat in die activiteiten kan doen, of het sociaal netwerk, school, algemene voorziening en voor welke activiteiten een maatwerkvoorziening nodig is. Deze activiteiten kunnen vervolgens in uren per week worden uitgedrukt. Deze activiteiten en doelen zijn dan ook de basis voor de (periodieke) evaluatie met de budgethouder.
5. Aanvullend op lid 4 wordt een persoonsgebonden budget voor hulp uit het sociale netwerk alleen verstrekt wanneer:
de persoon uit het sociaal netwerk aantoonbare deskundigheid/bekwaamheid heeft voor de te bieden hulp;
de persoon uit het sociaal netwerk inkomstenderving lijdt omdat diegene minder is gaan werken om (meer) mantelzorg te kunnen blijven bieden.
6. Indien de hulp geboden wordt door een persoon die voldoet aan de criteria zoals genoemd in artikel 19 lid 1 en die persoon eveneens tot het sociale netwerk behoort, zoals bedoeld in lid 1, krijgt die persoon een lager tarief betaald, zoals bedoeld in lid 3.
7. Het college kan nadere regels vaststellen over de aan het persoonsgebonden budget verbonden voorwaarden en verplichtingen.
Hoofdstuk 4
Artikel 20.
Regels voor persoonsgebonden budget informele hulp (sociaal netwerk)
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Beuningen 2026