Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 4.1

Erfpachtbeheer

Onderdeel van Mandaatregeling Hoofdstuk 1.3 Den Haag 2026

1.. Alle bevoegdheden krachtens de bepalingen van de Algemene Bepalingen voor de uitgifte in erfpacht van gronden der gemeente ‘s-Gravenhage 1986, met uitzondering van artikel 8, derde en vierde lid, en artikel 24. 2.. Alle bevoegdheden krachtens de bepalingen van de Algemene Bepalingen voor de uitgifte in erfpacht van gronden der gemeente ‘s-Gravenhage 2024, met uitzondering van artikel 8, derde en vierde lid, en artikel 24. 3.. Alle bevoegdheden krachtens de bepalingen van de Algemene Bepalingen voor de uitgifte in erfpacht van gronden der gemeente ‘s-Gravenhage 1977, met uitzondering van artikel 25, vierde lid, en artikel 14, tweede lid. 4.. Alle bevoegdheden krachtens de bepalingen van de Algemene Voorwaarden voor de uitgifte in erfpacht van gronden der gemeente ’s-Gravenhage, Verz. No 19 van 1923, met uitzondering van artikel 17, tweede lid. 5.. Alle bevoegdheden krachtens de Algemene Voorwaarden voor de uitgifte in erfpacht van gronden der gemeente ’s-Gravenhage, Verz. No 19 van 1923, de Algemene Voorwaarden voor de uitgifte in erfpacht van de gronden van de gemeente 's-Gravenhage in het contractgebied omgeving Gevers Deynootplein, met uitzondering van artikel 16, tweede lid. 6.. Alle (beheers)bevoegden krachtens de “Voorwaarden waarop de uitgifte in erfpacht van gronden der gemeente ’s-Gravenhage zal geschieden” (Verz. No. 18 van 1911).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel