**1..** In aanvulling op artikel 3, onder b, en artikel 4, eerste lid, onder a, van de Mandaatregeling hoofdstuk 1.2 Den Haag 2023 gelden voor de heruitgifte in erfpacht de volgende nadere voorwaarden en verplichtingen:
de algemeen directeur vraagt jaarlijks aan burgemeester en wethouders goedkeuring voor zijn voornemen omtrent de fasering en de gebiedsgewijze aanpak van voortijdige heruitgifte als bedoeld in artikel 4 AAR 2024 (RIS320932);
de bepaling van de grondwaarde moet, behoudens in de gevallen dat deskundigen advies hebben uitgebracht, worden verricht conform de taxatie-instructie zoals vastgesteld op 20 januari 1988 in de Commissie voor Ruimtelijke Ordening en Stadvernieuwing;
indien de algemeen directeur van mening is dat om redenen van algemeen belang niet tot heruitgifte moet worden overgegaan, zoals bedoeld in artikel 3 AAR 2024, legt hij zijn voorstel ter zake aan burgemeester en wethouders voor. Hij voegt daaraan toe, indien van toepassing, voorstellen tot tijdelijke verlenging van het erfpachtrecht;
over de grondwaarde bij heruitgifte, eventueel na het uitbrengen van een deskundigenadvies als bedoeld in Verordening nr. 26 van 1930, dient volledige overeenstemming te bestaan met de erfpachter. Indien over de grondwaarde verschil van mening blijft bestaan, wordt een voorstel ter eenzijdige vaststelling van de grondwaarde aan het college van burgemeester en wethouders voorgelegd ter besluitvorming;
de algemeen directeur maakt voorts uitsluitend gebruik van zijn bevoegdheid binnen de grenzen van het bepaalde in hoofdstuk 3 van de Verordening grondexploitaties en strategische bezit Den Haag 2026.
**2..** Onverminderd het bepaalde in het eerste lid is het krachtens dit mandaatbesluit beëindigen van het recht van erfpacht beperkt tot de gevallen waarin sprake is van:
beëindiging met wederzijds goedvinden;
wanbetaling door erfpachter als bedoeld in artikel 27 van de Algemene Bepalingen voor de uitgifte in erfpacht van gronden der gemeente ’s-Gravenhage 2024 (AB 2024);
niet-nakoming van een bouwverplichting door erfpachter, als bedoeld in artikel 27 van voornoemde AB 2024;
ernstige tekortkoming van de erfpachter als bedoeld in artikel 26 van voornoemde AB 2024; of
het aankopen van onroerende goederen (zowel zaken als rechten inclusief het aankopen van een deel van een recht van erfpacht) in het kader van hoofdstuk 9 van de Omgevingswet (Voorkeursrecht), of hoofdstuk 11 van de Omgevingswet (Onteigening), of ter uitvoering van een projectdocument, bouwenvelop of een investeringsplan waarvoor door de raad krediet definitief beschikbaar is gesteld op de daarvoor bepaalde wijze.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.4
Erfpachtuitgifte en -beëindiging
Onderdeel van Mandaatregeling Hoofdstuk 1.3 Den Haag 2026