Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3:

Artikel 33:

Hoofdelijke stemming

Onderdeel van Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de stadsdeelcommissie Amsterdam West

1.. Bij een hoofdelijke stemming roept de voorzitter van de stadsdeelcommissie de leden van de stadsdeelcommissie bij naam op hun stem uit te brengen. De voorzitter begint met het lid van de stadsdeelcommissie dat door loting is aangewezen. Daarna volgen de andere leden van de stadsdeelcommissie in alfabetische volgorde. De voorzitter van de stadsdeelcommissie brengt zijn stem als laatste uit. 2.. Bij een hoofdelijke stemming is ieder ter vergadering aanwezig lid van de stadsdeelcommissie dat zich niet van deelneming aan de stemming moet onthouden, verplicht zijn stem uit te brengen. De leden van de stadsdeelcommissie brengen hun stem uit door het woord 'voor' of 'tegen ' uit te spreken, zonder enige toevoeging. 3.. Een lid van de stadsdeelcommissie dat zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, kan deze vergissing nog herstellen voordat het volgende lid heeft gestemd. Het laatst afgeroepen lid mag niet meer stemmen of zijn stem wijzigen wanneer is begonnen met het opmaken van de uitslag. 4.. Een lid van de stadsdeelcommissie dat later merkt dat hij zich bij het uitbrengen van zijn stem heeft vergist kan, nadat de voorzitter van de stadsdeelcommissie de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt, wel aantekening vragen dat hij zich heeft vergist. In de uitslag van de stemming brengt dit echter geen verandering.

Rechtspraak bij dit artikel