De in artikel 1 genoemde subsidieplafonds worden vastgesteld onder de voorwaarde van beschikbaarstelling van de benodigde middelen door de raad bij de vaststelling van de Programmabegroting 2027-2030. Voor de subsidieplafonds voor de schooljaren 2027-2028 geldt dit tevens voor de Programmabegroting 2028-2031. Burgemeester en wethouders kunnen de subsidieplafonds verlagen als daarbij onvoldoende middelen beschikbaar worden gesteld.