**1..** Bij de beoordeling of giften in een individueel geval en uit het oogpunt van bijstandsverlening verantwoord zijn als bedoeld in artikel 31, tweede lid, onderdeel s van de wet, beschouwt het college de volgende categorieën giften in ieder geval als verantwoord:
giften die worden verstrekt en ingezet voor kosten waarvoor anders een vergoeding vanuit bijzondere bijstand of Wmo voorziening verleend had kunnen worden;
giften die worden verstrekt en ingezet voor medisch noodzakelijke kosten;
giften waarmee probleemschulden zijn betaald die zijn ontstaan voorafgaand aan de ingangsdatum van algemene bijstand;
giften in natura, niet zijnde een bijdrage die leidt tot een kostenbesparing als bedoeld in artikel 18, achtste lid van de wet met een waarde tot maximaal €500,-;
voedingsgelden bij verblijf in inrichting;
giften van de voedselbank en de non foodbank worden vrijgelaten.
Artikel 3
Specifieke situaties vrijlating giften
Onderdeel van Beleidsregels giften Participatiewet Gouda 2026