Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Specifieke situaties vrijlating giften

Onderdeel van Beleidsregels giften Participatiewet Gouda 2026

1.. Bij de beoordeling of giften in een individueel geval en uit het oogpunt van bijstandsverlening verantwoord zijn als bedoeld in artikel 31, tweede lid, onderdeel s van de wet, beschouwt het college de volgende categorieën giften in ieder geval als verantwoord: giften die worden verstrekt en ingezet voor kosten waarvoor anders een vergoeding vanuit bijzondere bijstand of Wmo voorziening verleend had kunnen worden; giften die worden verstrekt en ingezet voor medisch noodzakelijke kosten; giften waarmee probleemschulden zijn betaald die zijn ontstaan voorafgaand aan de ingangsdatum van algemene bijstand; giften in natura, niet zijnde een bijdrage die leidt tot een kostenbesparing als bedoeld in artikel 18, achtste lid van de wet met een waarde tot maximaal €500,-; voedingsgelden bij verblijf in inrichting; giften van de voedselbank en de non foodbank worden vrijgelaten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel