De verlaging als bedoeld in artikel 29 van de wet bedraagt:
20 procent van de gehuwdennorm indien het een belanghebbende van 21 jaar betreft;
10 procent van de gehuwdennorm indien het een belanghebbende van 22 jaar betreft.
In afwijking van lid 1 wordt de verlaging vastgesteld op de hoogte van de op grond van artikel 3 toegekende toeslag, indien deze toeslag minder bedraagt dan de verlaging waartoe toepassing van lid 1 zou leiden.
Dit artikel vervalt met ingang van de datum, bedoeld of genoemd in artikel 86 van de Wet investeren in jongeren.
Hoofdstuk
Artikel 5
Verlaging toeslag alleenstaanden van 21 en 22 jaar
Onderdeel van Toeslagenverordening WWB 2010