Vanuit het perspectief van kredietrisico zijn er geen verschillen tussen het verstrekken of garanderen van geldleningen, omdat de gemeente ingeval van faillissement of wanbetaling garant staat c.q. de lening niet terug ontvangt. Toch zijn er twee belangrijke overwegingen om primair een garantie af te geven:
Een gemeente is geen bancaire instelling en is de organisatie daar ook niet op ingericht. Het is niet de primaire taak van een gemeente om een portefeuille aan verstrekte leningen te beheren met de daarmee gepaard gaande operationele zaken als het inrichten van grootboeknummers, het factureren, het administreren en de debiteurenbewaking.
Daarnaast belasten garanties de gemeentelijke schuldpositie in principe niet, mits de garantie niet aangesproken wordt en/of er geen voorziening wordt getroffen. Onder normale omstandigheden2Gelet op de actuele financiële positie van de gemeente Pijnacker-Nootdorp, met een flink bedrag aan tijdelijk overtollige geldmiddelen, gaat dit argument niet direct op. Voor de meeste Nederlandse gemeenten geldt echter dat zij juist niet beschikken over vrij aanwenbare geldmiddelen en zelf moet financieren om leningverstrekking mogelijk te maken. Daarbij wordt opgemerkt dat de actuele financiële positie van Pijnacker-Nootdorp een momentopname is; het is niet uitgesloten dat de financiële situatie op termijn zodanig wijzigt dat zij eveneens tot deze laatste categorie gaat behoren. belasten verstrekte geldleningen de gemeentelijke schuldpositie rechtstreeks en hebben daarmee ook een nadelig effect op het kengetal netto schuldquote.