Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.6

Weigeringsgronden

Onderdeel van Nota leningen- en garantiebeleid 2026

1.. Absolute weigeringsgronden: het college weigert de aanvraag voor garantie voor zover naar zijn oordeel: de door middel van de garantie te financieren investering geen gemeentelijke publieke taak dient als bedoeld in bepaling 2.2 lid 7 letter a van deze nota; de aanvrager voor de gehele op te nemen financiering aanspraak kan maken op een voorliggende voorziening zoals een waarborgfonds; de geldlening reeds aan de aanvrager is verstrekt voor het besluit tot garantieverlening, tenzij dit een herfinanciering betreft van een eerder door de gemeente gegarandeerde lening; de aanvraag betrekking heeft op het verlenen van andere zekerheden door de gemeente dan die van de betaling van rente en aflossing van een geldlening voor zover de aanvrager in gebreke blijft; gegronde redenen bestaan om aan te nemen dat de aanvrager in strijd met de wet, het algemeen belang of de openbare orde handelt of zal handelen; de garantieverlening in strijd is met het (Europese) recht; de aanvrager niet aannemelijk kan maken de geldlening ten behoeve waarvan de garantie wordt verleend, nodig te hebben; de aanvrager niet beschikt over de benodigde vergunningen om de investeringen te plegen waarvoor de garantie wordt aangevraagd; de aanvrager niet voldoet aan de voorwaarden en criteria voor garantieverlening die bij of krachtens deze nota zijn vastgesteld; de garantstelling anderszins niet past in het gemeentelijk beleid. 2.. Relatieve weigeringsgronden: onverminderd het bepaalde in artikel 4:35 Algemene wet bestuursrecht kan het college de garantie weigeren voor zover naar zijn oordeel: redelijkerwijs kan worden verwacht dat er geen sprake is van continuïteit in het voortbestaan van de aanvrager gedurende de looptijd van de garantie; redelijkerwijs kan worden verwacht dat de doelstellingen die met de garantie worden nagestreefd, niet zullen worden bereikt; er geen sprake is van ‘goed bestuur’ van de aanvrager; onvolledige of onjuiste informatie en gegevens zijn verstrekt door de aanvrager; de aanvrager onvoldoende heeft voldaan aan de (inspannings)-verplichtingen zoals omschreven in bepaling 2.3 en in bepaling 2.4 lid 3; de financiële situatie (huidig6O.b.v. bepaling 2.4 lid 2 letter e. + doorkijk c.q. perspectief7O.b.v. bepaling 2.4 lid 2 letter f en g.) van de aanvrager onvoldoende wordt geacht; het risico dat verbonden is aan de gevraagde garantie niet acceptabel is voor de gemeente.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel