**1..** Het deel van giften en kostenbesparende bijdragen dat hoger is dan de jaarlijkse vrijlating, wordt beoordeeld op het karakter structureel, periodiek of gericht op levensonderhoud. Indien één van deze kenmerken van toepassing is, wordt het meerdere als inkomen aangemerkt.
Er is sprake van een structureel karakter als redelijkerwijs te verwachten is, of concreet is toegezegd, dat de gift of bijdrage gedurende ten minste zes aaneengesloten maanden zal worden verstrekt.
Van een periodiek karakter is sprake wanneer minimaal drie keer binnen één kalenderjaar een gift of bijdrage wordt ontvangen, ongeacht de hoogte van de bedragen of de tussenliggende tijd.
Een gift of bijdrage wordt beschouwd als bedoeld voor levensonderhoud wanneer uit verklaringen van de gever en/of ontvanger, én uit de feitelijke besteding, blijkt dat deze is ingezet voor algemeen noodzakelijke bestaanskosten. Hieronder vallen in ieder geval woonlasten, huur, hypotheek, energiekosten, levensmiddelen, verzekeringen en vergelijkbare uitgaven.
**2..** Wanneer het meerdere niet structureel, niet periodiek en niet bedoeld voor levensonderhoud is, past het college maatwerk toe.
Bij deze beoordeling betrekt het college in ieder geval:
de hoogte van het bedrag in verhouding tot de toepasselijke bijstandsnorm,
de frequentie en herkomst van de gift,
de verklaring van de gever,
het beoogde doel, en
de feitelijke besteding.
**3..** Het college voorkomt hiermee dat de belanghebbende ongerechtvaardigd wordt bevoordeeld ten opzichte van andere uitkeringsgerechtigden.
**4..** Giften die niet vaker dan twee keer per kalenderjaar worden ontvangen, geen structureel karakter hebben en niet zijn bestemd voor levensonderhoud, worden in beginsel als vermogen aangemerkt, tenzij artikel 3 van toepassing is.
Artikel 5