Bijzondere bijstand wordt op grond van artikel 48 lid 1 van de wet in beginsel om niet gegeven. Op grond van artikel 48 lid 2 van de wet kan de bijzondere bijstand in bepaalde gevallen worden verleend in de vorm van een geldlening. In dat geval gelden de volgende aflossingsregels.
**1..** Het maandelijkse aflossingsbedrag voor bijstand verstrekt in de vorm van een geldlening wordt vastgesteld op 5% van het inkomen, inclusief vakantiegeld.
**2..** Als over een periode van drie jaar volledig en onafgebroken aan de aflossingsverplichting in verband met een geldlening is voldaan, wordt het resterende bedrag van de geldlening kwijtgescholden. Dit geldt niet indien er sprake is van een situatie zoals bedoeld in artikel 48 lid 2 sub b en d van de wet.
**3..** Indien na drie jaar niet volledig aan de aflossingsverplichting is voldaan, wordt het resterende bedrag pas kwijtgescholden, op grond van lid 2, wanneer het achterstallige bedrag alsnog volledig is afgelost.
Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.3
Artikel 2.3.4
Aflossingsregels leningen bijzondere bijstand
Onderdeel van Beleidsregels Werk & Inkomen Waalre (2026)