**1..** De subsidie voor een houder van een locatie met voorschoolse educatie in Den Haag berekent het college door het subsidieplafond genoemd in artikel 3:4 eerste lid, onder a, te delen door het aantal kindplaatsen op 1 februari van het jaar van aanvraag, van alle locaties met voorschoolse educatie in Den Haag, en dit bedrag per kindplaats te vermenigvuldigen met het aantal kindplaatsen met voorschoolse educatie van de aanvrager welke op 1 februari van het jaar van aanvraag, in het LRK staan geregistreerd.
**2..** De subsidie voor het bevoegd gezag van een school voor primair onderwijs in Den Haag bestaat uit drie onderdelen:
het eerste onderdeel voor scholen met een achterstandsscore met drempel;
het tweede onderdeel voor scholen met een achterstandsscore zonder drempel;
het derde onderdeel voor speciale scholen voor basisonderwijs:
**3..** Het college berekent het bedrag per onderdeel op de volgende wijze:
als eerste deelt het college 83% van het subsidieplafond genoemd in artikel 3:4, eerste lid, onder b, door de som van alle achterstandsscores met drempel op bassischolen in Den Haag, en vermenigvuldigt dit met de som van alle achterstandsscores zonder drempel van Haagse basisscholen die vallen onder het betreffende bevoegd gezag;
als tweede deelt het college 10% van het subsidieplafond genoemd in artikel 3:4, eerste lid, onder b, door de som van alle achterstandsscores zonder drempel in Den Haag, en vermenigvuldigt dit met de som van alle achterstandsscores zonder drempel van Haagse basisscholen die vallen onder het betreffende bevoegd gezag;
als derde deelt het college door 7% van het subsidieplafond genoemd in artikel 3:4, eerste lid, onder b, door het aantal NNCA-leerlingen op scholen met meer dan 35% NNCA-leerlingen en vermenigvuldigt dit met de som van alle NNCA-leerlingen op een speciale school voor basisonderwijs met meer dan 35% NNCA-leerlingen die vallen onder het betreffende bevoegd gezag.
**4..** De subsidie voor een bevoegd gezag van een school voor voortgezet onderwijs berekent het college als volgt:
voor een school met een relatieve achterstandsscore met drempel gelijk aan of groter dan 0,100 wordt de achterstandsscore met drempel van de school vermenigvuldigd met het resultaat van 73% van het subsidieplafond genoemd in artikel 3:4, derde lid, onder c, gedeeld door de som van alle achterstandsscores met drempel van scholen in Den Haag die vallen onder het betreffende bevoegd gezag met een relatieve achterstandsscore gelijk aan of groter dan 0,100;
voor een school met een relatieve achterstandsscore met drempel kleiner dan 0,100 wordt de achterstandsscore vermenigvuldigd met het resultaat van 9,7% van het subsidieplafond genoemd in artikel 3:4, derde lid, onder c, gedeeld door de som van alle achterstandsscores van scholen in Den Haag die vallen onder het betreffende bevoegd gezag met een relatieve achterstandsscore kleiner dan 0,100;
voor elke school met een achterstandsscore zonder drempel wordt de achterstandsscore zonder drempel vermenigvuldigd met het resultaat van 14,6% van het subsidieplafond genoemd in artikel 3:4, derde lid, onder c, gedeeld door de som van alle achterstandsscores zonder drempel van scholen voor voortgezet onderwijs in Den Haag die vallen onder het betreffende bevoegd gezag;
voor elke school voor voortgezet speciaal onderwijs met meer dan 35% NNCA-leerlingen, het aantal NNCA-leerlingen te vermenigvuldigen met 2,7% van het subsidieplafond genoemd in artikel 3:4, derde lid, onder c, gedeeld door de som van de NNCA-leerlingen op scholen met meer dan 35% en alle NNCA-leerlingen en dit bedrag te vermenigvuldigen met het aantal NNCA-leerlingen met meer dan 35% NNCA-leerlingen die vallen onder het betreffende bevoegd gezag; en
voor elke school voor voortgezet speciaal onderwijs, het aantal NNCA-leerlingen te vermenigvuldigen met 2,7% van het subsidieplafond genoemd in artikel 3:4, derde lid, onder c, gedeeld door de som van de NNCA-leerlingen op scholen met meer dan 35% en alle NNCA-leerlingen en dit bedrag te vermenigvuldigen met het aantal NNCA-leerlingen die vallen onder het betreffende bevoegd gezag.