Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 8.

Beëindiging, beperking of intrekking van het leefgeld

Onderdeel van Beleidsregel leefgeld en eigen bijdrage ontheemden Oekraïne gemeente Sluis 2026

De verstrekking van het leefgeld wordt beëindigd als de ontheemde: inkomsten heeft uit arbeid in loondienst of als zelfstandige, in Nederland of in een ander land, hoger dan 115% van de van toepassing zijnde leefgeldnorm (RooO); een loondervingsuitkering en/of een toeslag op grond van de Toeslagenwet ontvangt, hoger dan115% van de van toepassing zijnde leefgeldnorm; gedurende twee weken niet heeft voldaan aan verzoeken van of namens het college om informatie te verstrekken over zijn inkomsten en gezinssamenstelling; inkomsten verborgen heeft gehouden en daardoor ten onrechte van de verstrekkingen gebruik heeft gemaakt; geen gebruik meer maakt van opvang omdat opvang (of onderdak) elders is voorzien; de opvang definitief verlaat of langer dan 28 dagen per kalenderjaar niet in de opvang is verschenen zonder het college hiervan op de hoogte te stellen. De verstrekking van het leefgeld kan worden beperkt of ingetrokken als de ontheemde: ernstig inbreuk maakt op de verplichtingen, genoemd in artikel 6, derde lid van de regeling; een ernstige vorm van geweld pleegt jegens medebewoners die in dezelfde opvangvoorziening verblijven, aan personen die werkzaam zijn in de voorziening, of aan anderen. Voor nadere regelgeving verwijzen we naar het sanctiebeleid Gemeentelijke Opvang Oekraïner 2026. De beëindiging/(gedeeltelijke) intrekking gaat in vanaf de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin van één of meer van de bovengenoemde omstandigheden is gebleken. Afzien van intrekken leefgeld. Op grond van artikel 2b van de Regeling wordt bij de ontheemde die inkomsten uit arbeid of een loondervingsuitkering ontvangt, maar waarvan die inkomsten lager zijn dan 115% van de voor de ontheemde geldende hoogte van leefgeldverstrekkingen, het leefgeld niet ingetrokken.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel