Of een vergunningplichtige woonruimte passend is voor een woningzoekende, wordt beoordeeld aan de hand van de volgende factoren:
het huishoudinkomen van de woningzoekende. Dit huishoudinkomen dient te vallen binnen de normen van passendheid overeenkomstig artikel 46, tweede lid, van de Woningwet en de artikelen 54 tot en met 56 en bijlage 4 van het Btiv, of binnen de 5% uitzonderingsruimte voor toewijzing aan huishoudens met een inkomen boven de toewijzingsgrens, ofwel binnen het in de lokale prestatieafspraken overeengekomen percentage (7,5% of 15%) hogere inkomens die een sociale huurwoning toegewezen mogen krijgen;
de woning is qua grootte / aantal kamers passend voor de omvang van het huishouden, zodanig dat voorkomen wordt dat een te grote woning wordt toegewezen aan een klein huishouden;
bijzondere passendheidsvereisten die blijken uit de urgentieverklaring;
of de woning is aangemerkt als een woning die passend is voor een specifieke leeftijdsgroep;
het huurverleden van de woningzoekende;
zwaarwegende andere overwegingen (maatwerk).