We kiezen om te sturen op ruimtelijke effecten en inpasbaarheid en op (sociale) draagkracht. Per locatie bepalen we wat de (sociale) draagkracht is van de locatie en van de omgeving (maatwerk). Op basis van de ruimtelijke inpasbaarheid, stedenbouwkundige afwegingen en effecten op (of door) omliggende bedrijfsmatige- of woonactiviteiten (milieuaspecten, stedenbouwkundige inpassing, landschappelijke inpassing, verkeersbewegingen, parkeren e.d.), bepaalt de gemeente of en (eventueel) onder welke voorwaarden een initiatief mogelijk is.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.1.2
Ruimtelijke effecten en inpasbaarheid
Onderdeel van Uitvoeringsregels huisvesting van internationale werknemers gemeente Maashorst