Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.2

Artikel 3.2.8

Geen (overige) negatieve effecten op de omgeving

Onderdeel van Uitvoeringsregels huisvesting van internationale werknemers gemeente Maashorst

Vanuit de uitvoeringsregels zoals beschreven in dit document komt naar voren dat de omgeving de beperkingen (en daarmee de mogelijkheden) van een locatie bepaalt. Om te bepalen of en onder welke voorwaarden aan een initiatief medewerking kan worden verleend worden de volgende algemene uitgangspunten gehanteerd: Een eventuele extra parkeervraag wordt niet afgewenteld op de openbare ruimte. Er moet voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein beschikbaar of realiseerbaar zijn; De huisvesting mag niet leiden tot een onevenredige publieks- en/of verkeer aantrekkende werking in relatie tot de functie en aard van de omliggende weg(en). Met betrekking tot het aantal inritten, wordt het gemeentelijke inrittenbeleid als uitgangspunt gehanteerd, zoals opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving en Uitvoeringsregels uitwegen gemeente Maashorst; Een afwijking van het omgevingsplan (BOPA) is alleen mogelijk wanneer er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL). De huisvesting is vanuit milieuoogpunt (externe veiligheid, lucht, bodem, geluid, geur, volksgezondheid etc.) en planologisch oogpunt aanvaardbaar (goed woon- en leefklimaat); De huisvesting is vanuit milieuoogpunt niet belemmerend voor omliggende bestaande en toekomstige bedrijfsmatige activiteiten; De kwaliteit van een huisvestingslocatie dient te worden gewaarborgd. De uitstraling van een huisvestingslocatie en van de omgeving is hierbij belangrijk (zie verder hoofdstuk 4 voor specifieke uitvoeringsregels per huisvestingsvariant).

Rechtspraak bij dit artikel