Naar hoofdinhoud
1.. Alleen redelijkerwijs gemaakte kosten die resteren na eventuele aftrek van bijdragen van derden en die naar het oordeel van het college direct zijn verbonden met en noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de activiteit of reeks van activiteiten zoals beoogd met deze regeling, kunnen voor subsidie in aanmerking komen. 2.. Kosten die niet voor subsidie in aanmerking komen: Kosten van een studie of opleiding (college- en lesgeld, verplichte studieboeken en materialen, verplichte excursies). Kosten van activiteiten in het kader van of als onderdeel van een (kunstvak)opleiding waar de aanvrager studiepunten voor ontvangt en/of wanneer het project onderdeel is van het curriculum. Kosten voor activiteiten gericht op het (door)ontwikkelen van cultuur-educatief aanbod in het basis- en middelbaar onderwijs. Kosten zoals inkoop horeca en reguliere exploitatiekosten. Materiaalkosten die niet direct gebonden zijn aan de activiteit of reeks van activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd. Kosten van de huur, hypotheek of aankoop van een woning of werkruimte van de subsidieaanvrager. Kosten van activiteiten die gestart zijn voordat het college een besluit heeft genomen op de subsidieaanvraag. Aanvragen die voornamelijk of in zijn geheel gericht zijn op het maken en presenteren van een artistiek product, zoals een toneelstuk, concert, kunstwerk, boek of expositie en waarbij een substantieel deel van de activiteiten en/of het budget (meer dan 50%) hieraan wordt besteed. Kosten van de eigen uren die de aanvrager in het traject stopt, voor zover die kosten meer bedragen dan 50% van het aangevraagde subsidiebedrag. Kosten van de uren van een mentor of begeleider vanuit de samenwerkingspartner voor zover die kosten meer bedragen dan 10% van het aangevraagde subsidiebedrag. Kosten van apparatuur en/of materiaal met een verwachte levensduur van meer dan twee jaar specifiek benodigd voor de activiteit waarvoor subsidie wordt aangevraagd, voor zover deze kosten meer bedragen dan 20% van het aangevraagde subsidiebedrag; Reiskosten, voor zover die meer bedragen dan 10% van het aangevraagde subsidiebedrag. Kosten van activiteiten die onderdeel uitmaken van een groter programma met een bredere financieringsconstructie met aanvullende fondsen of begrotingsposten. Kosten van het tijdelijk en/of permanent in dienst nemen/aantrekken van additionele arbeidskrachten (loondienst en/of ZZP) om op die manier een capaciteitsprobleem op te lossen. Kosten die direct voortvloeien uit het opnemen van muziek of een video, voor zover die meer bedragen dan 20% van het aangevraagde subsidiebedrag. Onvoorziene kosten die meer dan 5% van de totale begroting bedragen.

Rechtspraak bij dit artikel