Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.3

Artikel 11

Verhouding inkomen – huurprijs/koopprijs

Onderdeel van Verordening, houdende regels omtrent de verdeling van woonruimte en wijziging van de woonvoorraad

1. Het inkomen van het huishouden moet in een door burgemeester en wethouders vast te stellen redelijke verhouding staan tot de huurprijs van de woonruimte of de koopprijs van de nieuwbouwwoonruimte. 2. Bij de toepassing van het gestelde in het eerste lid hanteren burgemeester en wethouders de onderstaande tabel voor de bepaling van de verhouding tussen de huurprijs en het daarbij bij voorkeur passende inkomen. Bij de hantering van de tabel wordt er voor gezorgd dat de huursubsidienorm, zoals bedoeld in artikel 41 van de wet, zo min mogelijk wordt overschreden. Inkomen Inkomen Inkomen Inkomen Huurprijs 1-persoonshuishoudens jonger dan 65 jaar 1-persoons-huishoudens ouder dan 65 jaar Meerpersoons-huishoudens jonger dan 65 jaar meerpersoons-huishoudens ouder dan 65 jaar Huurprijs beneden de kwaliteitskortingsgrens bedoeld in artikel 20, eerste lid van de Huursubsidiewet (per 1-7-2003 € 317,03) Een zodanig rekeninkomen dat op grond van artikel 14 van de Huursubsidiewet huursubsidie kan worden toegekend (per 1-7-2003 maximaal € 18.325,-) Idem, met dien verstande dat het rekeninkomen per 1-7-2003 maximaal € 16.275,- bedraagt Idem, met dien verstande dat het rekeninkomen per 1-7-2003 maximaal € 24.575,- bedraagt Idem, met dien verstande dat het rekeninkomen per 1-7-2003 maximaal € 21.225,- bedraagt Huurprijs boven de kwaliteitskortingsgrens Een inkomen boven het bovenstaande rekeninkomen Idem Idem Idem Seniorenwoningen of aanleun-/zorgwoningen Geen inkomensgrenzen Idem Idem Idem 3. Bij de bepaling van het inkomen kan de gemeente gebruikmaken van het meest recente inkomen van de woningzoekende. 4. Voor de bepaling van het inkomen als bedoeld in de vorige leden gelden de volgende uitvoeringsregels:a. als inkomen wordt het laatst belastbaar jaarinkomen gehanteerd. Als bewijsstuk hierbij geldt de daarop betrekking hebbende aanslag in de inkomstenbelasting;b. indien geen aanslag in de inkomstenbelasting is opgelegd, geldt als bewijsstuk de laatste jaaropgave van de werkgever(s) en/of uitkerende instantie(s) met betrekking tot het bruto inkomen;c. indien de woningzoekende kan aantonen dat het inkomen sinds de vaststelling van het laatst bekende inkomen overeenkomstig a. en b. is verminderd of spoedig zal verminderen, geldt in afwijking van het in sub a. en b. gestelde dat lagere inkomen;d. indien alleen de bewijsstukken van het meest recente bruto inkomen worden gehanteerd, gebruiken burgemeester en wethouders voor de omrekening van het bruto inkomen naar belastbaar inkomen de systematiek als bepaald in de Huursubsidiewet;e. burgemeester en wethouders kunnen de woningzoekende vragen een IB-60 formulier met betrekking tot het meest recente kalenderjaar te overleggen ter verificatie van het opgegeven (huishoudens)inkomen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel